Workshop “Loat Goan”

KEEP CALM AND LOAT GOAN

Het is een Twentse wijsheid. Loat goan! Het betekent zoveel als: laat het gaan, besteed er geen aandacht aan. Maar desalniettemin hanteren we deze wijsheid niet als we moeten presteren. In die situaties gaan we namelijk denken én voelen! We worden zenuwachtig, gaan denken aan winnen en verliezen en we ‘moeten’ ineens van alles en nog wat. Bovendien werkt die scheidsrechter ook niet bepaald mee en daar hebben we uiteraard ook een oordeel over. En laten we het dan al helemaal niet hebben over die irritante toeschouwers, de coach die maar blijft praten en die overbezorgde ouders! Ze zorgen allemaal voor gedachten en gevoelens, terwijl we het beste presteren als we niet nadenken. Maarja.. niet nadenken, probeer het maar eens! Het slechte nieuws is dat we weinig controle hebben over onze gedachten en gevoelens. Het goede nieuws is dat we er wel heel goed mee om kunnen leren gaan! Niet door er controle op uit te oefenen, maar… “Loat goan!”

Uiteraard is deze workshop geschikt voor alle windstreken en beperken we ons niet tot het ‘wijze oosten’ van het land. Met humor, Achterhoekse nuchterheid, een beetje provocatie en vooral veel interactie! Het doel? Een ieder van onbewust-onbekwaam naar bewust-onbekwaam zien te krijgen. Gemeen hè?

Nieuwsgierig? thomas@deprestatiecoach.nl

Enkele reacties:

“Ik vond het, als niet tafeltennisster, een leuke en ontspannen avond. Vervolg zou leuk zijn, maar voor mij niet echt noodzakelijk”.

“Ik vond het zeer zinvol. Terug naar de basis: je hersenen die van grote invloed zijn op de prestatie die je levert. Een goede tip vond ik om je te concentreren op het moment in de spelsituatie. Dus niet bezig zijn met wat gebeurd is of wat je plan bent te doen. Met concentratie (waarvan een paar mooie voorbeelden in de presentatie) tijdens de wedstrijd heb ik over het algemeen geen probleem, maar wel met mijn gedachten/plannen om z.s.m. te scoren. Hopelijk helpt deze tip me om de rust te bewaren”.

“Zeer leerzaam. Met name voor mij het feit dat ik zo selectief kijk. De verwachting bepaald wat ik zie, een “open mind” houden was voor mij een eyeopener. Verder vond ik de woorden “overtuigingen trainen” inspirerend.”

“Was leuk, interessant. Ik had gehoopt dat ook meer de stappen naar bewust-bekwaam aan de orde zouden komen. Ja, interesse in vervolg. Volgende keer meer naar bewust bekwaam en meer praktijk gericht, o.a. hoe coach je iemand die niet lekker speelt, negatief achter tafel staat, moeilijk te coachen is e.d.”

“Van onbewust onbekwaam naar onbewust bekwaam, er is nog een lange weg te gaan. De toegevoegde waarde voor mij als tafeltennisser is gering, maar voor mij als mens denk ik veel groter. Ik zou dan ook wel een vervolg willen en dan gericht op bovenstaande weg.

“Ik vond het een erg goed initiatief om een avond over sportpsychologie te organiseren. Het was een boeiende presentatie over hoe het menselijk brein werkt en wat het effect hiervan is op sportprestaties. Het bewust onbekwaam worden is goed gelukt en het smaakt naar meer! Dus ja, ik zou het leuk vinden als er een vervolg kan komen op dit initiatief. Ik zou de sessie willen insteken vanuit verschillende stakeholders, bijvoorbeeld spelers, ouders, begeleiders, trainers. Welke mogelijkheden zijn er om spelers zich op het spel te laten focussen? Welke handvatten, tips en tricks zijn er?”

“Bijeenkomst was heel open en vrijblijvend. Thomas wist het verhaal op een leuke wijze te brengen.”

Maak dat jezelf maar wijs!

“The keys to life are running and reading. When you’re running, there’s a little person that talks to you and says, “Oh I’m tired. My lung’s about to pop. I’m so hurt. There’s no way I can possibly continue.” You want to quit. If you learn how to defeat that person when you’re running, you will know how to not quit when things get hard in your life.” – Will Smith

Het brein is het controlecentrum van ons lichaam. Het zorgt ervoor dat onze lichaamstemperatuur niet teveel stijgt of daalt, dat onze hartfrequentie binnen zijn grenzen blijft, dat de zuurgraad niet oploopt door een overschot aan lactaat in onze spieren en, niet onbelangrijk, dat we voorzien worden van voldoende zuurstof door onze ademhaling op gang te houden. De ironie wil dat wij – homo sapiens – het leuk vinden om dit controlecentrum af en toe flink uit te dagen. We proberen de hoogste en koudste bergtoppen te bereiken, we laten ons zonder zuurstoffles afzakken richting de bodem van de oceaan, we stappen in hypersonische vliegtuigen waarmee we een aantal keer sneller zijn dat het geluid en in diverse takken van sport stellen we onszelf op de proef door – fortius, altius, citius – de grenzen van het menselijk bewegingsapparaat op te zoeken.

Eén van dé manieren om jezelf uit te dagen is door een marathon te rennen. Des te dichter je bij de finish komt, des te zwaarder het wordt. Zoals Will Smith beschrijft, begint er na verloop van tijd een stemmetje te roepen: “Stoppen!! Waar ben je nu mee bezig! Hee hallo! Hoor je me wel? Ik wil dat je NU stopt!” Dit stemmetje is afkomstig van je brein. Dit stemmetje is als je moeder, die zegt dat je moet oppassen lang voordat je in de situatie komt dat je daadwerkelijk gevaar loopt. Er is nog nooit iemand van vermoeidheid dood neergevallen na het passeren van de eindstreep. Ja, je hoort weleens verhalen van mensen die komen te overlijden tijdens een sportevenement (i.e. sudden death). Echter vrijwel alle mensen, die gedurende hun sportbeoefening een plotse dood sterven, hebben een serieuze aandoening, meestal van het hart, dat de doodsoorzaak voldoende verklaartSterker nog: het is berekend dat een hardloper van middelbare leeftijd veel minder risico loopt op een plotselinge dood dan een autobestuurder van dezelfde leeftijd, die niet hardloopt.

Doordat het brein zo vurig zinspeelt op het beëindigen van je hardloopavontuur, is het bijzonder moeilijk om je grenzen te verleggen. Hiervoor heeft het brein zijn eigen munitie: gedachten en gevoelens. Wanneer het brein een seintje krijgt dat je een poging aan het ondernemen bent om je grenzen op te zoeken, wil het brein hier maar al te graag een stokje voor steken. Dat zorgt ervoor dat je na een meestal snelle start, een relatief langzaam middenstuk loopt, om vervolgens in het zicht van de finish nog even een eindsprintje in te zetten. En wat zijn we weer ‘moe’ als we over de eindstreep komen. Pffff!

Dit heeft alles met onze pacing strategie te maken. Uit analyses blijkt dat we meestal geneigd zijn om té snel te starten. Vervolgens gaan we een bepaald tempo lopen, waarmee wij het denken vol te kunnen houden tot de finish. Dit tempo ligt vaak iets onder ons kunnen, aangezien ons brein niet wil dat we er dood bij neervallen (laat staan dat het brein het toe staat dat onze kerntemperatuur stijgt of dat er teveel lactaat ophoopt in onze spieren) en derhalve anticipeert ons brein op uitputting. Dit beschermingsmechanisme zorgt er dus voor dat we stoppen met onze inspanning, vaak lang voordat we ook daadwerkelijk kritieke waardes bereiken.

Met deze kennis in mijn achterhoofd liep ik op 17 november jl. de marathon van Valencia. Na een tijd van 3.20 u gelopen te hebben in 2012 (Rotterdam), had ik nu mezelf ten doel gesteld om onder de drie uur te duiken. Om onder de drie uur te lopen, moet je een tempo lopen van 4 minuten en 15 seconden per kilometer. Heilig overtuigd van de impact van overtuigingen (diepgewortelde denkpatronen in ons brein) en self fulfilling prophecies ging ik voortvarend van start met mijn trainingen. Terwijl ik steeds langere duurlopen ging lopen, probeerde ik aan mijn snelheid te werken op de atletiekbaan middels intervaltrainingen. Dit ging goed, totdat ik een verrekking opliep in mijn kuit. Was het pech? Overbelasting? Niet goed naar mijn lichaam ‘geluisterd’? Ik kan hoogstens naar het antwoord gissen. Wat ik wel wist (en bevestigd werd door de fysio), was dat ik een aantal weken rustiger aan zou moeten gaan doen. Dat hielp en langzaam maar zeker sterkte mijn kuit weer aan. Daardoor lukte het me om mijn duurtrainingen verder uit te breiden, maar moest ik mijn (intensievere) intervaltrainingen laten ‘lopen’.

Door mijn kuitblessure begon ik me af te vragen of het (nog steeds) mogelijk zou zijn om onder de drie uur te finishen. Aangezien ik al een marathon had volbracht, besloot ik om het erop te gaan gokken (noem het een educated guess) en gewoon het 4.15 tempo te gaan lopen. In de snelheidsgrafiek hieronder kun je zien dat het me niet lukte om dit tempo vast te houden. Om even een beetje context te geven. De relatief langzame start is te verklaren door het grote aantal deelnemers, waardoor de eerste meters met ingehouden pas gelopen moesten worden. Toen het veld voldoende verspreid was, kon ik mijn tempo opvoeren en was ik in staat om 4.15 per kilometer te lopen. Totdat ik op na zo’n 12 km last kreeg van mijn lies. Na 15 km besloot ik om deze op te rekken, aangezien de pijn steeds erger werd en ik steeds verkrampter begon te lopen. Het oprekken hielp, maar wel tijdelijk. Om de paar kilometer moest ik weer even stoppen om mijn lies op te rekken (ook te zien in de grafiek).

Pacing Profile Valencia

Omdat ik wist dat het parcours zo rond de 30-35km vals plat omhoog zou lopen, om vervolgens na het 35 km punt weer vals plat naar beneden te lopen, had ik mezelf ten doel gesteld om het tempo – dat naar mijn idee na verloop van tijd zo’n beetje onmogelijk werd om vol te houden – in ieder geval tot het 35 km punt vol te houden. Dit lukte ten dele: tot 33 km zat ik nog op het schema om onder de drie uur te lopen! Maar tegelijkertijd wist ik dat het wel erg moeilijk zou worden om dit doel ook daadwerkelijk te bereiken en begon ik me steeds meer te beseffen dat ik moest proberen om ‘de tijdschade’ zo beperkt mogelijk te houden. Daar waar ik hoopte dat ik na 35km van een fictieve berg naar beneden zou mogen huppelen, bleek het laatste deel van de marathon vlakker te zijn dan het hoogtekaartje deed vermoeden. Nu kwam het aan op een gevecht tussen mij en mijn brein. Stoppen vs doorgaan! Ik gebruikte alles wat ik tot nu toe geleerd had in mijn nog prille carrière als sportpsycholoog: focus op je ademhaling, kies een doel en loop er naar toe, gebruik je tegenstanders om je daar aan op te trekken, laat je afleiden door het publiek, focus op je techniek, blijf in het hier & nu en laat alle gedachten en emoties achter je terwijl je er alles uitperst op weg naar de finish. Toen de finish in zicht kwam, hoefte ik geen rekening meer te houden met mijn pacing strategie. Nu kon ik alles eruit gooien en ‘dood’ neervallen na de finish lijn. Doordat ik verrast werd door een aantal bekenden vlak voor de finish en ik me lichaam draaide om naar te zwaaien, schoot er een scheut kramp door mijn lies. Gelukkig trok de kramp niet door en kon ik mijn weg vervolgen. Je ziet zowaar nog een klein piekje aan het einde van de grafiek: de eindspurt! En de tijd? Die stond stil op 3.07 uur.

Trots? “Nee.”

Blij met de uitvoering? “Ja, meer zat er op dit moment niet in. Daarnaast was ik deze keer veel beter in staat om het “stop”-stemmetje in mijn hoofd te temmen, dan een jaar geleden in Rotterdam. Een vriend van me vertelde me dat ik ‘maar’ een minuut of 9 ben verloren in het 2e deel ten opzichte van de eerste 21km.”

Dus? “De volgende keer onder de drie uur!”

Hoe? “Zorgen dat ik in het eerste deel (21km) sneller ben, zodat ik meer tijd kan verliezen in het tweede deel. Daarnaast proberen om minder tijd te verliezen in het tweede deel!”

Het belangrijkste: “Ik ben ervan overtuigd dat ik onder de drie uur kan lopen. Zonder die overtuiging had ik nu geen 3.07 gelopen en kan ik in de toekomst ook niet sneller dan dat.”

En de uitvoering? “Een relatief rustige start, een vlak middenstuk en dan zien we wel wat er nog in het vat zit, maar als het goed is niet al teveel meer. Al moet het er niet uitzien zoals de loopster in onderstaande video…”

PS: tel eens hoe vaak het woord ‘mentaal’ voorkomt in deze blogpost! Maar daar later meer over…

Over de auteur

Thomas Waanders (26) is bewegingswetenschapper, sportpsycholoog en oprichter van De Prestatiecoach. De Prestatiecoach biedt sporters, teams en coaches sportpsychologische begeleiding en training. De doelen die hij met zijn klanten nastreeft? Een gezondere levensstijl, het rennen van een marathon, leren omgaan met spanning voor een belangrijke presentatie of sportprestatie, beter communiceren met je (mede)spelers of het behalen van Olympisch Goud! Ook heeft Thomas een workshop ontwikkelt, waarin hij toelicht hoe optimale prestaties tot stand komen en waarom mindfulness hierbij een essentiële rol speelt. Nieuwsgierig? Neem eens een kijkje op www.deprestatiecoach.nl of stuur een mail naar thomas@deprestatiecoach.nl.

Referenties

Noakes, T.D. Sudden death and exercise. In: Encyclopedia of Sports Medicine and Science, T.D. Fahey (Editor). Internet Society for Sport Science: http://www.sportsci.org/encyc/suddendeath/suddendeath.html

Daarnaast kunt u meer informatie vinden op: http://www.sportsscientists.com/sports-science/fatiguecentral-governor/

Over afvallen, wilskracht en mindful eten

Niets wordt in rijke landen zo algemeen begeerd als een slank lichaam. In ons kikkerlandje is dat niet anders. Als Personal Trainer wordt mij regelmatig gevraagd naar dé manier om af te vallen. Als nuchtere Achterhoeker geloof ik niet in diëten (of die nieuwe methodes die worden gepromoot als  zogenaamde ‘lifestyle changers’, maar in feite ook gewoon dieeten zijn), om de simpele reden dat op de lange duur de grote meerderheid van de lijners het niet volhoudt. Na 5 jaar zitten de meesten weer op hun oude gewicht of is 40% zelfs zwaarder geworden!

De reden dat het over het algemeen niet lukt om middels een (streng) dieet af te vallen is tweeledig: 1) de makers van het dieet leggen de lijner allerlei regels op waar ze zich aan moeten houden en 2) de lijner heeft een beperkte voorraad wilskracht om deze regels 24/7 op te volgen.

Wilskracht

Als je wilt afvallen, moet je de verleiding kunnen weerstaan om te gaan eten (en dan met name het eten van ongezond voedsel). Daar heb je zelfbeheersing voor nodig. Als lijner moet je bijvoorbeeld de afweging maken tussen het eten van een verleidelijk stukje chocolade (korte termijn beloning) of het bereiken van je streefgewicht (lange termijn beloning). Deze afweging kost, net als het maken van andersoortige beslissingen, energie. Deze energie wordt ook wel wilskracht genoemd. Wilskracht is dus de energiebron van zelfbeheersing.

Wilskracht

Doordat je de hele dag beslissingen maakt (wat zal ik eten tijdens mijn ontbijt? zal ik dat tussendoortje laten staan? wel of geen toetje?), raakt je wilskracht uitgeput. Het lukt je dan aan het einde van de dag niet meer om al die lekkere verleidingen te weerstaan, denkt ‘what the hell’* en eet zomaar een zak chips leeg. De ironie wil overigens dat je juist moet eten om je wilskracht weer aan te vullen (voedsel wordt omgezet in energie). Je moet er dus voor zorgen dat je voldoende eet om dat heerlijke toetje te kunnen weerstaan, maar niet teveel omdat je anders je streefgewicht nooit zal bereiken.

Wilskracht vs Brein

De belangrijkste functie van je brein is zorgen dat jij, als mens, overleefd. Daardoor zal je brein bij vermoeidheid tegen je zeggen: “Hee stop eens, ga even lekker zitten”, lang voordat je er ook daadwerkelijk dood bij neervalt. Daarnaast is het brein nog onvoldoende geëvolueerd om tegen je te kunnen zeggen: “Hee stop met eten, want je hebt nu wel genoeg gehad”. In plaats daarvan zegt je brein: “Er komt weer een ijstijd aan, dus eet zoveel als je kan!”. Hier moet je met je wilskracht tegen zien op te boksen. Het is alsof David aan het armpje drukken is met Goliath. Je wilskracht (David) versus de immense kracht van je brein (Goliath). Zolang je nog energie hebt, houdt je het wel vol. Maar zo gauw die bron van energie is uitgeput, treed het what the hell-effect* weer op…

Heb je je ooit weleens afgevraagd waarom ze in de supermarkt allerlei lekkernijen bij de kassa hebben liggen? Je hebt dan al zoveel beslissingen moeten maken (wel of geen hagelslag? wat zal ik kopen voor het avondeten?), dat je wilskracht is uitgeput en dus denk je, ja daar is ie weer, what the hell en je gooit die heerlijke kitkat, mars of snickers ook nog maar in je winkelwagentje.

De boosdoener: (dieet)regels!

Als je voortdurend bezig bent je te houden aan ‘de regels’ (mag ik dit wel eten? eet ik nu niet teveel?) ben je dus eigenlijk voortdurend bezig met het maken van beslissingen en dus met het uitputten van je belangrijkste energiebron: wilskracht! Dieetregels werken dus contraproductief als je wilt afvallen. Immers zorgen de regels ervoor dat je minder wilskracht overhoudt om de dagelijkse verleidingen (ongezond voedsel, binnenkomende facebook- en whatsapp-berichtjes, de zak drop op je bureau) te kunnen weerstaan. Om hier beter mee om te gaan kun je twee dingen doen: pas de tips van Baumeister (schrijver van het boek Wilskracht) toe én ga mindful eten!

De tips van Baumeister

  1. Zeg nooit nooit! Zweer niet om nooit meer chocolade of wat dan ook te eten. Beter is om het principe van ‘uitstel van bevrediging’ toe te passen. Zeg tegen jezelf dat je later een klein zoet toetje mag eten, als je het dan nog wilt. Eet intussen iets gezonds. Bedenk dat je lichaam behoefte heeft aan energie, omdat het een deel van zijn voorraad wilskracht heeft opgebruikt.
  2. Ga niet naast het dessertbuffet zitten, of, beter nog, ga helemaal niet op dieet. Met hoeveel wilskracht je ook begint, als je aan de lijn doet en maar lang genoeg naast het dessertbuffet blijft zitten, dan zal je ‘nee’, uiteindelijk waarschijnlijk een ‘ja’ worden. In plaats van je wilskracht te verspillen aan een streng dieet, kun je beter genoeg glucose eten om je wilskracht op peil te houden, en je zelfbeheersing vervolgens gebruiken voor maatregelen die op de lange duur veel meer uithalen.
  3. Houdt dikmakers buiten bereik en uit het zicht (je bespaart daarmee wilskracht en krijgt tegelijkertijd minder calorieën binnen).
  4. Poets op tijd je tanden: een simpele methode om te voorkomen dat je ’s avonds laat nog eet. Natuurlijk kun je daarna nog steeds eten, maar tandenpoetsen is zo’n ingesleten bedritueel, dat het een onbewust signaal is om niet meer te eten. Bovendien maakt tandenpoetsen eten ook op een bewust niveau minder aantrekkelijk.want je moet trek in suiker afwegen tegen je tegenzin om opnieuw je tanden te poetsen.
  5. Neem de tijd om  je streefgewicht te bereiken en geef dan niet op, want op gewicht blijven is het moeilijkst. Als je om af te vallen beloningen en straffen voor jezelf hebt ingesteld, ga daar dan mee door om op gewicht te blijven.
  6. Maak gebruik van ‘implementatie-intentie’: maak geen algemene plannen om minder te eten, maar gerichte plannen voor je gedrag in bepaalde situaties, bijvoorbeeld wat je moet doen als je op een feestje met dikmakend eten geconfronteerd wordt. “Als dit gebeurt, dan doe ik dat. Als ze friet serveren, zeg ik nee”. Door het besluit friet te laten staan te automatiseren, kun je dat ook zonder al te veel moeite als het laat is en je voorraad wilskracht bijna op is.
  7. Mensen versterken elkaars gedrag en normen. Het is dus makkelijker om gezonder te (gaan) leven, als je omgeving (partner, vrienden, familie) dat ook doen. Stimuleer je omgeving dus door je doelen te delen en door hen te motiveren om ook mee te doen.
  8. Houdt bij wat je precies eet, want dan ga je waarschijnlijk minder eten. Maak daarbij ook een inschatting van het aantal calorieën dat het eten bevat. We onderschatten namelijk doorgaans allemaal, hoeveel eten er op een bord ligt, vooral bij grote porties.
  9. Als er ‘minder vet’ of ‘biologisch’ op een verpakking staat, wil dat niet zeggen dat het product ook gezond is (die marketingmannetjes zijn slim!)
  10. Uitgesteld plezier is niet zo storend als afgeslagen plezier. Als het op toetjes aankomt, accepteren de hersenen geen nee. Het vereist wilskracht om een toetje te weigeren, maar later blijkt geestelijk minder stressvol dan nooit. Én: voorpret is extra pret. Als je dan uiteindelijk het plezier geniet, heb je waarschijnlijk minder behoefte om te overdrijven en ben je meer geneigd met mate te eten. Als je daarentegen jezelf iets radicaal weigert en dan toch voor de verleiding bezwijkt, treedt het what-the-helleffect* in werking en stop je jezelf vol. Zeg dus nooit nooit als het om eten gaat, maar beloof jezelf dat je het vroeg of laat allemaal een keer gaat proberen.
  11. Als het niet mogelijk is om het aantal calorieën te achterhalen, kun je in ieder geval proberen met aandacht te eten (dus niet voor de tv). Ook eten met vrienden en familie (meer oog voor je gezelschap dan je bord) en met alcohol op (verminderd zelfbewustzijn) eten mensen meer.
  12. Wie zich door externe aanwijzingen laat leiden en niet door de eigen eetlust, zal gemakkelijk aankomen wanneer er grote porties geserveerd worden (denk aan de bak popcorn in de bioscoop). Zorg dus voor kleinere porties door kleine borden en smalle, hoge glazen te gebruiken.

Mindful eten

De laatste twee tips van Baumeister gaan over het geven van aandacht aan je eten. Door je niet door externe regels te laten leiden (zoals het geval is bij het volgen van een dieet), maar door je zelfbewustzijn te verhogen, leer je beter naar je lichaam te luisteren. Vraag je dus niet af of je iets mag eten, maar of je er behoefte aan hebt? Probeer geen oordeel te vellen over je eigen eetgedrag, maar laat je leiden door je eigen eetlust. Heb ik wel of niet behoefte aan eten? Heb ik behoefte aan een tweede portie of heb ik aan één portie genoeg? Of om in de woorden van Sandra Aamodt te spreken: “give yourself permission to eat whatever you want, slowly, and without distractions, paying attention to how your body feels when hungry or satisfied, and let hunger determine when you’re done”. Je zult misschien niet heel veel afvallen met deze methode (alhoewel Aamodt na een jaar wel bijna 5 kg kwijt was), maar bedenk je dat een gezonde levensstijl niet hetzelfde is als een slank lichaam (veel gemaakte denkfout). Voeg daar aan toe dat onderzoek heeft uitgewezen dat diëten niet werkt op de lange termijn en dat je door deze manier van denken (i.e. mindfulness) niet constant bezig zult zijn met ‘wat je zou moeten doen’ of ‘hoe je eruit zou willen zien’. In de plaats daarvan zul je op een meer relaxte manier in het leve  staan en er dus veel meer van genieten!

Nieuwsgierig of hulp nodig? Neem dan contact op met Thomas Waanders.

*What-the-hell-effect: Lijners stellen voor zichzelf een maximum aantal calorieën per dag vast, en als ze die limiet om de en of andere reden overschrijden, dan beschouwen ze die dag als verloren. Die dag wordt in hun hoofd als mislukt afgeschreven, wat er verder ook gebeurt. En dus denken ze: Wat maakt ’t uit, ik kan het er vandaag net zo goed van nemen!

Referenties:

  • Baumeister, R., Tierney, J. (2011). Wilskracht. Amsterdam: Nieuwezijds.
  • Why your brain doesn’t want you to lose weight. Sandra Aamodt at TEDGlobal 2013. http://blog.ted.com/2013/06/11/why-your-brain-doesnt-want-you-to-lose-weight-sandra-aamodt-at-tedglobal-2013/