Terugblikken op 2014; Grenzen Verleggen in 2015!

We staan weer aan de start van een gloednieuw jaar: 2015! Tijd om zowel terug als vooruit te blikken!

Terugblik op 2014

Voor mij was 2014, op vele fronten, een waar debuutjaar. Zo deed ik voor het eerst mee aan een NK, het Open NK Survivalrun in Beltrum welteverstaan. Daarnaast mag ik sinds begin 2014 de titel SPORTPSYCHOLOOG VSPN® dragen, hetgeen betekent dat ik sindsdien als geaccrediteerd sportpsycholoog (top)sporters mag begeleiden. Ook heb ik meegewerkt aan de totstandkoming van de minor High Performance Sport (HvA) en verzorg ik per september binnen deze minor diverse vakken. Ook in de media maakte ik op meerdere vlakken mijn debuut. Zo schreef ik een portret over Prof. Timothy Noakes in Runner’s World, werd ik geïnterviewd voor een magazine (Op Pad), was ik op de radio (Radio 5) en televisie (Willem Wever). 2014 was tevens het jaar waarin ik met GirlsLove2Run de Two Oceans (ultra)Marathon rende, met Rick Lahaye en Vana Hutter een symposium op de VU organiseerde (met Samuele Marcora en Ross Tucker), mijn eerste gastcollege gaf (en mijn tweede..), en dan vergeet ik ongetwijfeld nog een paar dingen… Andere projecten kregen een vervolg: Rick en ik voltooiden afgelopen zomer ons 20e interview (met Neerlands succesvolste Olympische wintersporter) voor ons boek over het verleggen van grenzen in de sport. Dit boek zal in samenwerking met de Topsport Community medio 2015 uitgebracht worden. Ook wordt er in samenwerking met Vana en studenten van de VU hard gewerkt aan de kwalitatieve analyse van deze interviews.

2014 was ook het jaar dat ik voor het eerst uit een vliegtuig sprong...

2014 was ook het jaar dat ik voor het eerst uit een vliegtuig sprong…

2014 was voor mij ook een jaar van meerdere belangrijke inzichten en ontdekkingen. Een aantal key termen: Marcora’s mentale vermoeidheid en diens brain endurance training, de wetenschappelijke doorbraak van Wim ‘The Ice Man’ Hof, tactische periodisering, quiet eye training, nieuwe inzichten op het gebied van talentontwikkeling (de 10.000-uurs-regel ligt inmiddels in de prullenbak), mindfulness, de female athlete triad, het gapend wetenschappelijk gat dat HPS Management heet, biofeedback en last but not least de Low Carb High Fat revolutie van Prof. Timothy Noakes en Dr. Jeff Volek. Dit aangevuld met het ontwikkelen van ideeën over de toepassing van verschillende vormen van motorisch leren in de voetbalpraktijk, maken voor mij dit overzicht compleet. Ja, ja, een carrière als voetbalcoach lonkt… 😉

Rick en ik hielden dit jaar een interview met Wim en werden meegenomen in een fascinerend verhaal dat prachtig bleek aan te sluiten bij ons boek over het verleggen van grenzen in de sport. To be continued!

Grenzen Verleggen in 2015!

Ten slotte is het tijd om vooruit te blikken naar 2015. Ook dit jaar zal ik wederom met GirlsLove2Run (en Adidas & Run2Day) afreizen naar Kaapstad om daar de Two Oceans Marathon te rennen. Naast deze marathon, hoop ik tevens dit jaar onder de drie uur te duiken op de reguliere ‘42,195m’. Het doorbreken van deze ‘grens’ zou mooi aansluiten op de publicatie van ons boek over het verleggen van grenzen in de sport. Uiteraard hopen we dat de lancering van het project #grenzenverleggen weer voor vele mooie nieuwe uitdagingen zal zorgen. Daarnaast hoop ik ook dit jaar weer diverse topsporters te helpen bij het presteren op topniveau, bij voorkeur in ‘mijn sport’ – voetbal – waar ik heb gemerkt dat diverse betrokkenen steeds receptiever worden voor sportpsychologische inzichten. Ook wil ik me in 2015 verder bekwamen als docent, onderzoeker (misschien wel een PhD…) en als sportpsycholoog (mindfulness, biofeedback en psychobiologie om maar wat interessante richtingen te noemen). Deze drie-eenheid (onderwijs, onderzoek, praktijk) blijkt keer op keer een prachtige combinatie waardoor ik op diverse fronten mijn bijdrage kan leveren én mezelf kan blijven ontwikkelen. Stilstand is achteruitgang, maar (liever) niet voor mij!

Wat zijn jouw doelen voor het nieuwe jaar? En hoe kan De Prestatiecoach jou hierbij ondersteunen? Ik hoor het graag!!

Een grensverleggend 2015 toegewenst!

 

Bob Beamon (Jamaica - New York City, 29 augustus 1946) is een voormalige atleet uit de Verenigde Staten, die eeuwige roem vergaarde bij de Olympische Spelen van 1968 met een voor die tijd onvoorstelbare vertesprong van 8,90 m. Met deze reuzensprong verbeterde Beamon het bestaande wereldrecord met maar liefst 55 centimeter - een grotere toename dan alle toenames in lengte van de voorafgaande veertig jaar bij elkaar.

Bob Beamon (Jamaica – New York City, 29 augustus 1946) is een voormalige atleet uit de Verenigde Staten, die eeuwige roem vergaarde bij de Olympische Spelen van 1968 met een voor die tijd onvoorstelbare vertesprong van 8,90 m. Met deze reuzensprong verbeterde Beamon het bestaande wereldrecord met maar liefst 55 centimeter – een grotere toename dan alle toenames in lengte van de voorafgaande veertig jaar bij elkaar.

Aandacht voor symposium “Mind over Muscle?” via Sport Knowhow XL & Allsportsradio!

5000121560_e63f85222a_o

De aanmeldingen voor het symposium “Mind over Muscle?” stromen inmiddels binnen. Afgelopen week werd het symposium aangekondigd op de site van Sport Knowhow XL met het artikel Verkering in de wetenschap: lichaam & brein!” en tevens sprak de hoofdredacteur van Sport Knowhow XL, Peter Hopstaken, over het artikel, het symposium en de bijbehorende verkering tussen de psychologie en fysiologie op Allsportsradio. Luister het fragment hier terug!

Heb je je nog niet aangemeld voor het symposium? Kijk dan hier voor meer informatie en meld je aan! Er zijn nog enkele plaatsen beschikbaar, dus wees snel, want vol = vol!

Over afvallen, wilskracht en mindful eten

Niets wordt in rijke landen zo algemeen begeerd als een slank lichaam. In ons kikkerlandje is dat niet anders. Als Personal Trainer wordt mij regelmatig gevraagd naar dé manier om af te vallen. Als nuchtere Achterhoeker geloof ik niet in diëten (of die nieuwe methodes die worden gepromoot als  zogenaamde ‘lifestyle changers’, maar in feite ook gewoon dieeten zijn), om de simpele reden dat op de lange duur de grote meerderheid van de lijners het niet volhoudt. Na 5 jaar zitten de meesten weer op hun oude gewicht of is 40% zelfs zwaarder geworden!

De reden dat het over het algemeen niet lukt om middels een (streng) dieet af te vallen is tweeledig: 1) de makers van het dieet leggen de lijner allerlei regels op waar ze zich aan moeten houden en 2) de lijner heeft een beperkte voorraad wilskracht om deze regels 24/7 op te volgen.

Wilskracht

Als je wilt afvallen, moet je de verleiding kunnen weerstaan om te gaan eten (en dan met name het eten van ongezond voedsel). Daar heb je zelfbeheersing voor nodig. Als lijner moet je bijvoorbeeld de afweging maken tussen het eten van een verleidelijk stukje chocolade (korte termijn beloning) of het bereiken van je streefgewicht (lange termijn beloning). Deze afweging kost, net als het maken van andersoortige beslissingen, energie. Deze energie wordt ook wel wilskracht genoemd. Wilskracht is dus de energiebron van zelfbeheersing.

Wilskracht

Doordat je de hele dag beslissingen maakt (wat zal ik eten tijdens mijn ontbijt? zal ik dat tussendoortje laten staan? wel of geen toetje?), raakt je wilskracht uitgeput. Het lukt je dan aan het einde van de dag niet meer om al die lekkere verleidingen te weerstaan, denkt ‘what the hell’* en eet zomaar een zak chips leeg. De ironie wil overigens dat je juist moet eten om je wilskracht weer aan te vullen (voedsel wordt omgezet in energie). Je moet er dus voor zorgen dat je voldoende eet om dat heerlijke toetje te kunnen weerstaan, maar niet teveel omdat je anders je streefgewicht nooit zal bereiken.

Wilskracht vs Brein

De belangrijkste functie van je brein is zorgen dat jij, als mens, overleefd. Daardoor zal je brein bij vermoeidheid tegen je zeggen: “Hee stop eens, ga even lekker zitten”, lang voordat je er ook daadwerkelijk dood bij neervalt. Daarnaast is het brein nog onvoldoende geëvolueerd om tegen je te kunnen zeggen: “Hee stop met eten, want je hebt nu wel genoeg gehad”. In plaats daarvan zegt je brein: “Er komt weer een ijstijd aan, dus eet zoveel als je kan!”. Hier moet je met je wilskracht tegen zien op te boksen. Het is alsof David aan het armpje drukken is met Goliath. Je wilskracht (David) versus de immense kracht van je brein (Goliath). Zolang je nog energie hebt, houdt je het wel vol. Maar zo gauw die bron van energie is uitgeput, treed het what the hell-effect* weer op…

Heb je je ooit weleens afgevraagd waarom ze in de supermarkt allerlei lekkernijen bij de kassa hebben liggen? Je hebt dan al zoveel beslissingen moeten maken (wel of geen hagelslag? wat zal ik kopen voor het avondeten?), dat je wilskracht is uitgeput en dus denk je, ja daar is ie weer, what the hell en je gooit die heerlijke kitkat, mars of snickers ook nog maar in je winkelwagentje.

De boosdoener: (dieet)regels!

Als je voortdurend bezig bent je te houden aan ‘de regels’ (mag ik dit wel eten? eet ik nu niet teveel?) ben je dus eigenlijk voortdurend bezig met het maken van beslissingen en dus met het uitputten van je belangrijkste energiebron: wilskracht! Dieetregels werken dus contraproductief als je wilt afvallen. Immers zorgen de regels ervoor dat je minder wilskracht overhoudt om de dagelijkse verleidingen (ongezond voedsel, binnenkomende facebook- en whatsapp-berichtjes, de zak drop op je bureau) te kunnen weerstaan. Om hier beter mee om te gaan kun je twee dingen doen: pas de tips van Baumeister (schrijver van het boek Wilskracht) toe én ga mindful eten!

De tips van Baumeister

  1. Zeg nooit nooit! Zweer niet om nooit meer chocolade of wat dan ook te eten. Beter is om het principe van ‘uitstel van bevrediging’ toe te passen. Zeg tegen jezelf dat je later een klein zoet toetje mag eten, als je het dan nog wilt. Eet intussen iets gezonds. Bedenk dat je lichaam behoefte heeft aan energie, omdat het een deel van zijn voorraad wilskracht heeft opgebruikt.
  2. Ga niet naast het dessertbuffet zitten, of, beter nog, ga helemaal niet op dieet. Met hoeveel wilskracht je ook begint, als je aan de lijn doet en maar lang genoeg naast het dessertbuffet blijft zitten, dan zal je ‘nee’, uiteindelijk waarschijnlijk een ‘ja’ worden. In plaats van je wilskracht te verspillen aan een streng dieet, kun je beter genoeg glucose eten om je wilskracht op peil te houden, en je zelfbeheersing vervolgens gebruiken voor maatregelen die op de lange duur veel meer uithalen.
  3. Houdt dikmakers buiten bereik en uit het zicht (je bespaart daarmee wilskracht en krijgt tegelijkertijd minder calorieën binnen).
  4. Poets op tijd je tanden: een simpele methode om te voorkomen dat je ’s avonds laat nog eet. Natuurlijk kun je daarna nog steeds eten, maar tandenpoetsen is zo’n ingesleten bedritueel, dat het een onbewust signaal is om niet meer te eten. Bovendien maakt tandenpoetsen eten ook op een bewust niveau minder aantrekkelijk.want je moet trek in suiker afwegen tegen je tegenzin om opnieuw je tanden te poetsen.
  5. Neem de tijd om  je streefgewicht te bereiken en geef dan niet op, want op gewicht blijven is het moeilijkst. Als je om af te vallen beloningen en straffen voor jezelf hebt ingesteld, ga daar dan mee door om op gewicht te blijven.
  6. Maak gebruik van ‘implementatie-intentie’: maak geen algemene plannen om minder te eten, maar gerichte plannen voor je gedrag in bepaalde situaties, bijvoorbeeld wat je moet doen als je op een feestje met dikmakend eten geconfronteerd wordt. “Als dit gebeurt, dan doe ik dat. Als ze friet serveren, zeg ik nee”. Door het besluit friet te laten staan te automatiseren, kun je dat ook zonder al te veel moeite als het laat is en je voorraad wilskracht bijna op is.
  7. Mensen versterken elkaars gedrag en normen. Het is dus makkelijker om gezonder te (gaan) leven, als je omgeving (partner, vrienden, familie) dat ook doen. Stimuleer je omgeving dus door je doelen te delen en door hen te motiveren om ook mee te doen.
  8. Houdt bij wat je precies eet, want dan ga je waarschijnlijk minder eten. Maak daarbij ook een inschatting van het aantal calorieën dat het eten bevat. We onderschatten namelijk doorgaans allemaal, hoeveel eten er op een bord ligt, vooral bij grote porties.
  9. Als er ‘minder vet’ of ‘biologisch’ op een verpakking staat, wil dat niet zeggen dat het product ook gezond is (die marketingmannetjes zijn slim!)
  10. Uitgesteld plezier is niet zo storend als afgeslagen plezier. Als het op toetjes aankomt, accepteren de hersenen geen nee. Het vereist wilskracht om een toetje te weigeren, maar later blijkt geestelijk minder stressvol dan nooit. Én: voorpret is extra pret. Als je dan uiteindelijk het plezier geniet, heb je waarschijnlijk minder behoefte om te overdrijven en ben je meer geneigd met mate te eten. Als je daarentegen jezelf iets radicaal weigert en dan toch voor de verleiding bezwijkt, treedt het what-the-helleffect* in werking en stop je jezelf vol. Zeg dus nooit nooit als het om eten gaat, maar beloof jezelf dat je het vroeg of laat allemaal een keer gaat proberen.
  11. Als het niet mogelijk is om het aantal calorieën te achterhalen, kun je in ieder geval proberen met aandacht te eten (dus niet voor de tv). Ook eten met vrienden en familie (meer oog voor je gezelschap dan je bord) en met alcohol op (verminderd zelfbewustzijn) eten mensen meer.
  12. Wie zich door externe aanwijzingen laat leiden en niet door de eigen eetlust, zal gemakkelijk aankomen wanneer er grote porties geserveerd worden (denk aan de bak popcorn in de bioscoop). Zorg dus voor kleinere porties door kleine borden en smalle, hoge glazen te gebruiken.

Mindful eten

De laatste twee tips van Baumeister gaan over het geven van aandacht aan je eten. Door je niet door externe regels te laten leiden (zoals het geval is bij het volgen van een dieet), maar door je zelfbewustzijn te verhogen, leer je beter naar je lichaam te luisteren. Vraag je dus niet af of je iets mag eten, maar of je er behoefte aan hebt? Probeer geen oordeel te vellen over je eigen eetgedrag, maar laat je leiden door je eigen eetlust. Heb ik wel of niet behoefte aan eten? Heb ik behoefte aan een tweede portie of heb ik aan één portie genoeg? Of om in de woorden van Sandra Aamodt te spreken: “give yourself permission to eat whatever you want, slowly, and without distractions, paying attention to how your body feels when hungry or satisfied, and let hunger determine when you’re done”. Je zult misschien niet heel veel afvallen met deze methode (alhoewel Aamodt na een jaar wel bijna 5 kg kwijt was), maar bedenk je dat een gezonde levensstijl niet hetzelfde is als een slank lichaam (veel gemaakte denkfout). Voeg daar aan toe dat onderzoek heeft uitgewezen dat diëten niet werkt op de lange termijn en dat je door deze manier van denken (i.e. mindfulness) niet constant bezig zult zijn met ‘wat je zou moeten doen’ of ‘hoe je eruit zou willen zien’. In de plaats daarvan zul je op een meer relaxte manier in het leve  staan en er dus veel meer van genieten!

Nieuwsgierig of hulp nodig? Neem dan contact op met Thomas Waanders.

*What-the-hell-effect: Lijners stellen voor zichzelf een maximum aantal calorieën per dag vast, en als ze die limiet om de en of andere reden overschrijden, dan beschouwen ze die dag als verloren. Die dag wordt in hun hoofd als mislukt afgeschreven, wat er verder ook gebeurt. En dus denken ze: Wat maakt ’t uit, ik kan het er vandaag net zo goed van nemen!

Referenties:

  • Baumeister, R., Tierney, J. (2011). Wilskracht. Amsterdam: Nieuwezijds.
  • Why your brain doesn’t want you to lose weight. Sandra Aamodt at TEDGlobal 2013. http://blog.ted.com/2013/06/11/why-your-brain-doesnt-want-you-to-lose-weight-sandra-aamodt-at-tedglobal-2013/

Focussen à la Cancellara

Afgelopen weekend stond in het teken van de Ronde van Vlaanderen. Op zaterdag was ik zelf actief op het 135km lange parcours vol uitdagende beklimmingen en uitgerekte kasseienstroken. Op zondag was ik aandachtig kijker van de profwedstrijd, waarin de hoofdrol was weggelegd voor de Zwitser Fabian Cancellera. Met groot machtsvertoon reed hij op de Paterberg weg bij één van dé favorieten voor de eindzege, Peter Sagan. Wilfried de Jong wist het zeer treffend te verwoorden: Het deed denken aan een zinsbegoocheling als je op een treinstation in een stilstaande coupé zit en naast je een trein vertrekt. Even denk je: rijden wij? Maar al snel besef je, nee, wij staan stil, de andere trein rijdt.” Die andere trein was Fabian Cancellara. Om vervolgens met 50 kilometer per uur naar de finish te fietsen. Ongekend.

Ronde van Vlaanderen

Het gevoel van de vertrekkende trein komt me bekend voor. Hoewel het mij gelukt was om een dag eerder een flink aantal mensen op de beklimmingen achter mij te laten, werd ik ook een aantal keren à la Cancellara voorbij gestreefd. Gelukkig wist ik me op die momenten te realiseren dat het geen enkel nut heeft om me te focussen op de prestaties van anderen. “Blijf je focussen op je taak, blijf [op je pedalen] trappen!” zei ik dan tegen mezelf.

Ik vermoed dat Cancellara dit credo (focus op zaken waar je controle over hebt) een dag ook later heeft gebruikt toen hij met een lekke band langs de kant van de weg stond. Wilfried de Jong: “Hij stond doodkalm aan de kant van de weg, alsof hij een brief wilde posten en nog even nadacht in welke gleuf de enveloppe moest. Terwijl een mecanicien het achterwiel plaatste, nam Cancellara een slok uit zijn bidon. Hij toonde eigenlijk daar al de sterkste te zijn.” Cancellara wist vermoedelijk dat het geen enkel nut had om zich bezig te houden met de vervanging van zijn wiel. Een mecanicien is immers prima in staat om snel een wiel te vervangen en heeft daar de hulp van Cancellara niet bij nodig. Dan kun je maar beter je tijd nuttig gebruiken, zal hij ongetwijfeld gedacht hebben! “Ik steek mooi mijn tijd en energie in zaken waar ik wel controle over heb, in dit geval een lekker slokje water.” Een dergelijke gedachte geeft natuurlijk een gevoel van rust. Van hieruit wist hij weer op de fiets te stappen en aan te sluiten in het peloton. De afloop is bekend.

Bij mij liep het ook goed af. Ik wist me te herfocussen door de eerder genoemde zelfspraak (“Blijf je focussen op je taak, blijf [op je pedalen] trappen!”) en daarnaast viel het me op dat mijn concentratiestijl (intern-smal) goed van pas komt als ik het zwaar begin te krijgen. Dan beginnen mijn benen namelijk pijn te doen en word ik kortademig. Doordat ik hier op ga letten, verlaten de afleidende gedachten (“pff weer zo’n Cancellara die me voorbij streeft”) mijn hoofd. Ideaal dus om geconcentreerd te raken en afzien is dan opeens niet zo moeilijk meer!

De belangrijkste les die uit bovenstaande getrokken kan worden is dat het belangrijk is om je energie te steken in zaken waar je controle over hebt. Hoe gaat jou dit af? Hieronder staat een overzicht van zaken waar je wél en waar je minder controle over hebt. Succes!

Waar heb je invloed op?

 

Nieuwe workshop! “De Piramide van Succes”

De Piramide van Succes

De Prestatiecoach is er ook voor de jongste jeugd. Voor deze doelgroep is recent een geheel nieuwe interactieve reeks aan workshops ontwikkeld. Onder de noemer “De Piramide van Succes” worden kinderen in de leeftijd van 10-15 jaar op een speelse manier bekend gemaakt met de factoren die de basis vormen van succes. Tijdens elke bijeenkomst zal ingezoomd worden op één van de onderwerpen en zal uitleg gegeven worden over een mentale trainingsmethode.

Nieuwsgierig naar de mogelijkheden? Neem dan snel contact op!

The Agassi Open

Zelden heb ik met zoveel verbazing de biografie van een bekende ex-topsporter gelezen. Vanaf jongs af aan werd de kleine Andre door zijn vader “gedrilled”, om diens grote wens in vervulling te laten gaan: ’s werelds beste tennisser opleiden. Als sportpsycholoog laat je sporters met motivatieproblemen vaak even terugdenken aan de tijd waarop ze net begonnen met hun sport. Terug naar de tijd waarin ze hun ‘beginnersgeest’ nog hadden. Frivool, spontaan, geen verwachtingen en puur voor de lol. Als ik dit met Agassi had gedaan was hij vroeg of laat waarschijnlijk tot de conclusie gekomen dat hij maar beter kon stoppen met tennis, van beginnersgeest was immers nooit sprake geweest. Andre haatte tennis. 2500 ballen per dag sloeg hij – zijn vaders wil was wet – op de tennisbaan achter het ouderlijk huis in Las Vegas. Van een onbezorgde of normale jeugd valt dan ook niet spreken.

Ik heb zelf bijna dertig jaar nodig gehad om het te begrijpen, om mijn eigen psyche te doorgronden.

Gedurende zijn carrière leerde Agassi zichzelf steeds beter kennen. Alles wat hij ooit had gedaan was tennissen, zonder dat hij er veel – zo niet enig – plezier aan beleefd had. “Maar als tennis het leven is, dan is dat wat ná tennis komt de onbekende leegte. Ik ril bij die gedachte.” Hij kon niet mét, maar ook niet zonder tennis. Uiteindelijk heeft de excentrieke tennisser het nodige overgehouden aan zijn tennisleven: de liefde van zijn leven (Steffi Graff), een liefdadigheidsfonds en een eigen school. Maar of dit opweegt tegen zijn vreselijke jeugdherinneringen blijft de vraag…

Naast dit opmerkelijke verhaal zijn er drie sportpsychologische-getinte quotes die mijn aandacht trokken:

’s Middags douche ik altijd langer – tweeëntwintig minuten ongeveer – en niet om wakker of schoon te worden. De middagdouche is om mezelf aan te moedigen, mezelf te coachen. (…) Dan zeg ik dingen tegen mezelf, rare dingen, steeds weer, tot ik ze geloof. (…) In mijn tenniscarrière heb ik 869 wedstrijden gewonnen – ik sta vijfde op de ranglijst aller tijden – en veel van die wedstrijden heb ik gewonnen tijdens die middagdouche.

1) Zelfspraak

Tegen jezelf praten helpt, zowel voor (“Hier heb ik zo hard voor getraind. Nu zal ik het laten zien!” ) als tijdens (“Focus je op de bal, focus, focus!”) de wedstrijd. Het kan je helpen om je zelfvertrouwen een boost te geven, maar ook om je te concentreren. Wees positief en vooral ook aardig voor jezelf!

Zenuwen zijn iets grappigs. Op bepaalde dagen heb je er zoveel last van dat je steeds op een holletje naar het toilet moet. Op andere dagen word je er wellustig van. Maar op weer andere dagen lach je er om en krijg je daardoor juist heel veel zin in de strijd. Proberen uit te vinden welke soort zenuwen je parten spelen, is het eerste wat je moet doen als je naar het stadion rijdt. Uitzoeken welke soort zenuwen opspelen, uitzoeken wat ze zeggen over de toestand van je lichaam en geest, is de eerste stap om ze vóór jou te laten werken.

2) Omgaan met spanning

Het is erg belangrijk om voor jezelf na te gaan welk spanningsniveau voor jou optimaal is. Heb je heel weinig spanning nodig om goed te presteren? Of juist heel veel? Er zijn technieken om je spanningsniveau te verlagen (bijv. relaxatie oefeningen) en te verhogen (bijv. peptalks). Zo kun je je eigen spanningsniveau ‘managen’. Maar net zoals je je techniek met heel veel oefening kan verbeteren, geldt hier hetzelfde voor: oefenen, oefenen, oefenen dus!

Wanneer ik een racket uit mijn tas haal en daarmee ga serveren om een match te bepalen, kan de spanning van de snaren van dat racket honderdduizenden dollars waard zijn. Omdat ik voor mijn gezin, voor mijn liefdadigheidsfonds en voor mijn school speel, is elke snaar even belangrijk. Als je nagaat wat ik allemaal niet onder controle heb, ben ik obsessief over de paar dingen die ik wel onder controle heb. De spanning van mijn rackets is daar een voorbeeld van.

3) Omgaan met verwachtingen

Zorg dat je je energie steekt in zaken waar je controle over hebt en dat je géén energie steekt in zaken waar je géén controle over hebt. Moet je je druk maken om je fans die verwachten dat je ‘wel even wint’? Of je ouders die ‘speciaal voor jou komen’? Of die sponsor die ‘al zoveel in je geïnvesteerd heeft’? Nee, nee én nee! Het enige dat je kunt doen is keihard werken, je uiterste best doen. En dat is de enige verwachting die een ieder reëel gezien van je mag hebben. Immers, meer dan je best kan je niet doen!

Oog in oog met The Special One

Tijd: 23.04 uur. Plaats: Amsterdam Arena perszaal. Ajax heeft met 4-1 verloren van Real Madrid. Luca Modric heeft niet gespeeld. Een Spaanse journalist vraagt om de reden. The Special One geeft antwoord. Het cliché-antwoord had hij in het vliegtuig op weg naar Amsterdam volgens mij al bedacht. Als Mourinho coach was geweest van een futsalteam, dan had hij 6 spelers op mogen stellen. Als coach van dit team, mag hij 11 spelers opstellen. Elke wedstrijd weer stelt hij de 11 voetballers op die in zijn ogen het beste team vormen. Logica van de bovenste plank. De journalist moet het met dit antwoord doen. Weer een pagina vol in La Marca.

Al leunend om een statafel en onder het genot van een stukje kaas luister ik naar de manier waarop Mourinho de vragen ‘afhandeld’. Dan is de persconferentie afgelopen. Mourinho staat op en komt op me afgelopen. Hij stopt vlak voor me. Snel bekijkt hij de lekkernijen die voor mijn neus staan. Stukje kaas, salami of gezouten nootjes? Mijn fight-or-flight alarm slaat onmiddelijk aan. Wat nu!? Ik zoek snel naar een geschikte houding. Mourinho neemt snel een besluit. Als een dief in de nacht grijpt hij een handvol gezouten nootjes. Vervolgens kijkt hij mij recht in mijn ogen aan en geeft me een knipoog. Ik voel zijn aan arrogantie grenzende zelfverzekerdheid. Alsof hij recht door me heen kan kijken. Ongemakkelijk glimlach ik terug.

Shackleton’s Way

Some people say it is wrong to regard life as a game; I don’t think so. Life to me means the greatest of all games. The danger lies in treating it as a trivial game, a game to be taken lightly, and a game in which the rules don’t matter much. The rules matter a great deal. The game has to be played fairly, or it is no game at all. And even to win the game is not the chief end. The chief end is to win it honorably and splendidly. To this chief end several things are necessary. Loyalty is one. Discipline is another. Unselfishness is another. Courage is another. Optimism is another. And Chivalry is another. – Sir Ernest H. Shackleton.

Als ik een boek lees in minder dan 2 weken, dan is dat over het algemeen een zeer goed boek. Dat gold ook voor het boek “Shackleton’s Way – Leadership Lessons From The Great Antarctic Explorer” van Margot Morrell en Stephanie Capparell. Deze auteurs beschrijven het bijzondere verhaal van de wereldberoemde Britse ontdekkingsreiziger Ernest Shackleton (1874-1922). Zijn grootste obsessie? Antarctica. Wereldberoemd? Ja, maar niet omdat hij de eerste persoon was die de Zuidpool bereikte (hij moest in 1909 op 156 km van zijn doel terugkeren om in leven te blijven). Roald Amundsen werd de eerste persoon op de Zuidpool, in 1912. Ook niet omdat het hem lukte om als eerste persoon Antarctica dwars over te steken.

Desondanks is Shackleton tot op heden een bron van inspiratie voor velen. Waarom? Door zijn unieke leiderschapskwaliteiten wist hij na een erbarmelijke tocht naar Antarctica van 2 jaar zijn manschappen weer veilig thuis te brengen. Doordat zijn schip ‘The Endurance‘ vast kwam te zitten in het ijs en 10 maanden later door het bewegende pakijs doormidden brak, moesten Shackleton en zijn manschappen 7 maanden doorbrengen op het ijs van de Zuidpool. Toen in april 1916 hun ijsschots doormidden brak, besloot Shackleton om met drie reddingssloepen het dichtstbijzijnde eiland te bereiken. 5 dagen later kwamen ze aan op het onbewoonde ‘Elephant Island’. Vervolgens ging Shackleton met 5 metgezellen op zoek naar een station van Noorse walvisvaarders. Na twee weken varen kwamen ze op de zuidkust van het eiland aan. Rond het eiland varen om de haven aan de noordkant te bereiken was onmogelijk. Daarop besloot Shackleton om zonder enig aangepaste klimuitrusting de klim over de rotskust en het gebergte te wagen. 36 uur later bereikten Shackleton, Crean en Worsley de haven. Onmiddellijk plande Shackleton een reddingsoperatie om niet veel later al zijn manschappen gezond en wel op te pikken en weer veilig naar huis te brengen.

Het meest bijzondere aan dit verhaal vind ik de manier waarop Shackleton gebruik wist te maken van zijn unieke leiderschapskwaliteiten. Hij was geweldig goed in staat om zijn manschappen twee jaar lang te ondersteunen en te inspireren in het gruwel klimaat van Antarctica. Leiderschapslessen waar coaches in de sport naar mijn mening veel van kunnen leren.

Hier is mijn top 10:

  1. Doe je best om een inspirerende (top)sportomgeving te creëren. Een positieve, vrolijke en opgewekte omgeving is belangrijk voor de productiviteit van je spelers.
  2. Wees bereidt om, in een snel veranderende wereld, naar nieuwe wegen te zoeken, nieuwe kansen aan te grijpen en nieuwe vaardigheden te leren.
  3. Verbreed je horizon. Door te leren om situaties vanuit verschillende perspectieven te bekijken, ben je in staat om flexibeler te zijn wanneer er problemen opgelost dienen te worden.
  4. Zorg ervoor dat iedereen duidelijk hun rol en taken kent. Weten waar ze staan en wat er van ze verwacht wordt, zorgt ervoor dat je spelers het gevoel hebben dat ze in goede handen zijn. Zorg er tevens voor dat iedereen uitdagende en belangrijke taken heeft. Op die manier geef je ook de wisselspelers het gevoel dat ze een belangrijke en gewaardeerde bijdrage leveren aan het team.
  5. Wees redelijk en onpartijdig in het belonen en straffen van je spelers. Onevenwichtigheden zorgen ervoor dat niemand zich comfortabel voelt, ook de begunstigden niet.
  6. Organiseer regelmatig bijeenkomsten om de teamgeest te verbeteren. Bijvoorbeeld door samen Sinterklaas te vieren, een informeel etentje te organiseren en aandacht te schenken aan spelers die jarig zijn. De spelers krijgen dan de mogelijkheid om zich niet alleen als sporter, maar ook als mens te profileren.
  7. Doorbreek traditionele hiërarchieën en kliekjes door je spelers te mengen bij het uitvoeren van zowel simpele (bijv. water dragen) als uitdagende (bijv. nieuwe tactiek verzinnen) taken.
  8. Streef naar coach-sporter-relaties die zowel een persoonlijk als een professioneel element bevatten. Leer ongeacht de grootte van het team, al je spelers kennen. Onthoud hun interesses, zodat je het ook met hen over zaken buiten de sport kan praten.
  9. Laat het verleden los. Verspil geen tijd en energie aan het balen van gemiste kansen of aan zaken waar je geen controle over hebt.
  10. Bedenk mogelijke wedstrijdscenario’s en plan hoe je deze aan wilt pakken. Bedenk wat de mogelijke gevolgen zijn van deze plannen van aanpak. Wees niet bang om van gedachten te veranderen wanneer je plan niet blijkt te werken. Je zult niet als besluiteloos worden ervaren als je goed uitlegt waarom je een andere koers wilt varen.

10.000 pond op mijn zoon!

Vandaag is de Ryder Cup begonnen. Het prestigieuze treffen tussen de beste golfers van Amerika en Europa staat weer volop in de belangstelling. De Amerikanen, met onder meer Tiger Woods en Phil Mickelson in de gelederen, zullen er alles aan doen om Europa te verslaan. In de afgelopen 6 jaar wist Amerika slechts 2 keer te winnen. Reden te meer voor de Amerikaanse teamcaptain, Davis Love, om basketballegende Michael Jordan bij het team te halen. Jordan heeft een grote invloed op Team USA, zowel in de kleedkamer als op de baan, aldus Love. “[Jordan] is charged with keeping the players relaxed and enjoying themselves.” Ook vond er een ontmoeting plaats tussen Jordan en zwemmer Michael Phelps. Phelps, zo twitterde hij, was ‘in shock’. “Can’t believe I froze when I met #MJ tonight…. Pumped to head out to golf tomorrow at #RyderCup”.

[singlepic id=154 w=320 h=240 float=right]

Naast het treffen tussen Amerika en Europa is de Ryder Cup ook vooral een treffen tussen ‘de oude’ Tiger Woods en ‘de nieuwe’ Rory McIlroy. De verwachtingen van de 23-jarige Ierse golfsensatie uit Holywood zijn torenhoog. Die verwachtingen zijn overigens niet nieuw voor hem. Toen Rory nog maar 15 was, had zijn vader namelijk al dusdanig veel vertrouwen in zijn zoon, dat hij besloot om samen met drie vrienden in totaal 400 pond te wedden bij de ‘bookmakers’ dat zijn zoon voor z’n 25e de British Open zou winnen (500:1). Dit is McIlroy nog niet gelukt, maar de nummer 1 van de wereld is ook nog geen 25. Dus het kan nog, laten we maar zeggen. Een opmerkelijk verhaal natuurlijk, maar vader McIlroy is niet de enige vader die een weddenschap afsloot op het carrièreverloop van zijn zoon. De vader van Mick Tunnicliffe, de 19-jarige speler van Manchester United, won namelijk onlangs 10.000 pond, doordat hij een weddenschap had afgesloten toen zijn zoon 9 jaar oud was. ‘The bet’? 100 pond dat zijn zoon ooit op een dag z’n debuut voor ‘the Reds’ zou maken (100:1)!

Dit soort verhalen doen me vrijwel onmiddelijk denken aan de sketch van Jiskefet, waarin een vader flink tekeer gaat tegen zijn zoontje omdat die naar zijn mening de kantjes ervan afloopt bij de pupillen van Ajax. ‘Weet jij wat je papa gekost heb?” Ik ben benieuwd wat papa McIlroy zal zeggen tegen zijn zoon mocht hij de British Open niet weten te winnen voor z’n 25e. Daarnaast kijk ik ook uit naar de biografie van McIlroy, waarin hij hopelijk verteld hoe hij is omgegaan met deze opmerkelijke weddenschap. Wat dat betreft zou Europa er misschien goed aan doen om André Agassi eens bij het team te halen. Die heeft immers ervaring genoeg met het omgaan met ouderlijke verwachtingen.

Dat het afsluiten van dit soort weddenschappen (onnodig) hoge verwachtingen kan scheppen bij het kind lijkt me overigens overbodig om hier verder uit te leggen. Al zal ik misschien eerst even mijn vader moeten polsen of hij dan niet een hoop geld misloopt…

Bronnen:

  • http://www1.skysports.com/rydercup/story/26733/8111548
  • http://www.foxsports.com.au/golf/the-majors/rory-mcilroys-father-to-cash-in-bet-worth-200000-if-his-son-wins-the-british-open-before-hes-25/story-fn2mcuck-1226079735068
  • http://larrybrownsports.com/soccer/father-wins-bet-sons-manchester-united-debut/155909

 

Vuistregel nr. 1!

[singlepic id=153 w=320 h=240 float=right]

Een van de meest besproken voetbalmomenten van het afgelopen seizoen is toch wel de penalty van Arjen Robben. Onder grote druk in de eigen Allianz Arena wist hij de bal tijdens de Champions League finale niet in het netje te krijgen. Sommigen durfden te beweren dat Robben getraumatiseerd zou zijn en dat hij maar snel bij een professional te rade moest gaan. Immers, het EK in Polen en Oekraïne stond al over enkele weken voor de deur. De ironie hiervan is dat de telefoons van de EMDR specialisten waarschijnlijk non-stop roodgloeiend zouden staan, als iedere speler die een penalty heeft gemist bij hen te rade zou gaan. 30 procent van de penalties wordt immers gemist. Onder het credo ‘voorkomen is beter dan genezen’, deden een aantal wetenschappers onderzoek naar een mogelijke manier om dit percentage naar beneden bij te stellen.

Uit dit onderzoek is gebleken dat sporters, die onder druk moeten presteren, bij het maken van een vuist met de linkerhand succesvoller zijn dan sporters die in dezelfde situatie een vuist maken met hun rechter hand. Deze resultaten worden door de onderzoekers verklaard door te stellen dat de linker hemisfeer wordt geassocieerd met ‘in paniek raken’, terwijl de rechter hemisfeer zich meer bezig houdt met mechanische bewegingen. Zoals we weten, stuurt de cortex van de rechter hemisfeer de linkerkant van ons lichaam aan en vice versa. Dus het activeren van de rechter hemisfeer, bijvoorbeeld door je linker vuist te ballen (of een ander lichaamsdeel aan de linker kant van je lichaam), is gunstig voor sporters in situaties waarin ze onder grote druk moeten presteren.

Had Arjen dus maar zijn linkervuist gebald, vlak voor het nemen van de penalty tegen Chelsea. Dan waren we vast en zeker Europees Kampioen geworden…

 

Bronnen:

  • Beckman, J., Gröpel, P., & Ehrlenspiel, F. (2012). Preventing motor skill failure through hemisphere-specific priming: cases from choking under pressure. Journal of Experimental Psychology: General; DOI: 10.1037/a0029852
  • http://www.theatlantic.com/health/archive/2012/09/study-athletes-perform-better-under-pressure-when-they-make-a-fist-with-their-left-hand/262605/