Aandacht voor symposium “Mind over Muscle?” via Sport Knowhow XL & Allsportsradio!

5000121560_e63f85222a_o

De aanmeldingen voor het symposium “Mind over Muscle?” stromen inmiddels binnen. Afgelopen week werd het symposium aangekondigd op de site van Sport Knowhow XL met het artikel Verkering in de wetenschap: lichaam & brein!” en tevens sprak de hoofdredacteur van Sport Knowhow XL, Peter Hopstaken, over het artikel, het symposium en de bijbehorende verkering tussen de psychologie en fysiologie op Allsportsradio. Luister het fragment hier terug!

Heb je je nog niet aangemeld voor het symposium? Kijk dan hier voor meer informatie en meld je aan! Er zijn nog enkele plaatsen beschikbaar, dus wees snel, want vol = vol!

Vrijdag 4 juli 2014 Symposium “Mind over Muscle?”

“De Psychofysiologie bij Duursporten “

Run

Wanneer? Vrijdag 4 juli van 14.00 tot 17.00 uur.

Waar? Medische faculteit, Vrije Universiteit Amsterdam

 

Je benen lopen vol. Totale verzuring! Maar dan toch op het einde van de race die eindspurt eruit weten te persen. Hoe kan dat nou?! Je was immers volledig verzuurd…

De twee hoofdsprekers van dit symposium, Prof. Samuele Marcora en Dr. Ross Tucker, hebben een intrigerende en uitgesproken visie op vermoeidheid, doorzettingsvermogen en het verleggen van fysieke grenzen. Zij delen hun inzichten en onderzoeksbevindingen deze middag graag met u. Na hun presentaties gaan de sprekers met elkaar, met andere experts en met het publiek in discussie over de rol van psychologische en fysiologische processen tijdens inspanning. Wanneer geef je op? Als je spieren vollopen met lactaat of wanneer je brein zegt: “Ho! Stop! Nu niet verder meer!” ?

:: Flyer ::

U kun de flyer van het event hier downloaden of doorscrollen naar beneden voor meer informatie.

:: Programma ::

  • 13:30-14:00 Inloop met koffie en thee
  • 14:00-14.45 1. Prof. Samuele Marcora
  • 15:00-15:45 2. Dr. Ross Tucker
  • 16:00-16:45 Paneldiscussie

:: Over de sprekers ::

  1. Professor Samuele Marcora is de Director of Research op de Universiteit van Kent. Hij geniet internationale bekendheid voor zijn onderzoek naar vermoeidheid en duurprestaties en doet onder andere onderzoek voor het Britse ministerie van defensie. In zijn onderzoek combineert hij fysiologie en psychologie met als doel de prestaties van duursporters te verbeteren. Begrippen zoals mentale vermoeidheid en perception of effort spelen een belangrijke rol in zijn onderzoek en zijn bevindingen hebben belangrijke praktische implicaties. Het is dan ook niet gek dat Runners World afgelopen jaar een artikel schreef over zijn onderzoek met als titel: “How to Build Mental Muscle”, waarin ingegaan werd op Marcora’s Brain Training.
  2. Dr. Ross Tucker werkt als onderzoeker en consultant voor het Sport Science Institute van Zuid-Afrika. Hij is sportwetenschapper voor het Zuid-Afrikaans rugby- en kayakteam en heeft gewerkt voor de Internationale en Engelse rugbybond, het Amerikaans en Zuid-Afrikaans Olympisch comité en UK Sport. Hij is gepromoveerd aan de Universiteit van Kaapstad op zijn onderzoek naar vermoeidheid en de rol van het brein tijdens inspanning. Tucker staat erom bekend dat hij zijn mening niet onder stoelen of banken steekt. Hij schrijft artikelen voor diverse kranten (NY Times, Washington Post, Guardian UK), heeft zijn eigen platform (sportsscientists.com) en werd onlangs gekozen in de top 200 van meest invloedrijke personen in Zuid-Afrika. 

:: Aanmelden ::

U kunt u aanmelden voor het symposium door het volgende formulier in te vullen: http://eepurl.com/WN4Nb

:: Betalingsgegevens ::

De kosten bedragen € 40,-. Dit bedrag kan overgemaakt worden naar: IBAN: NL38 DEUT 0487812123 VU, faculteit Bewegingswetenschappen Wilt u zo vriendelijk zijn om bij betaling duidelijk te vermelden:  Uw naam, ordernummer 2463 227, GRENZEN VERLEGGEN

:: Routebeschrijving ::

De masterclass vindt plaats in het gebouw van de medische faculteit van de Vrije Universiteit aan de van der Boechorststraat 7-9 in Amsterdam. Actuele routebeschrijvingen naar de VU campus met zowel auto als OV zijn hier te vinden: http://www.vu.nl/nl/over-de-vu/campus/bereikbaarheid/index.asp

 

We zien u graag op vrijdag 4 juli!

 

Drs. Vana Hutter

Faculteit der Bewegingswetenschappen
,
 Vrije Universiteit, EXPOSZ
 Opleidings-,  advies- en onderzoekscentrum voor Sport en Zorg

Thomas Waanders MSc

Bewegingswetenschapper / Sportpsycholoog VSPN® bij De Prestatiecoach

 

Workshop “Loat Goan”

KEEP CALM AND LOAT GOAN

Het is een Twentse wijsheid. Loat goan! Het betekent zoveel als: laat het gaan, besteed er geen aandacht aan. Maar desalniettemin hanteren we deze wijsheid niet als we moeten presteren. In die situaties gaan we namelijk denken én voelen! We worden zenuwachtig, gaan denken aan winnen en verliezen en we ‘moeten’ ineens van alles en nog wat. Bovendien werkt die scheidsrechter ook niet bepaald mee en daar hebben we uiteraard ook een oordeel over. En laten we het dan al helemaal niet hebben over die irritante toeschouwers, de coach die maar blijft praten en die overbezorgde ouders! Ze zorgen allemaal voor gedachten en gevoelens, terwijl we het beste presteren als we niet nadenken. Maarja.. niet nadenken, probeer het maar eens! Het slechte nieuws is dat we weinig controle hebben over onze gedachten en gevoelens. Het goede nieuws is dat we er wel heel goed mee om kunnen leren gaan! Niet door er controle op uit te oefenen, maar… “Loat goan!”

Uiteraard is deze workshop geschikt voor alle windstreken en beperken we ons niet tot het ‘wijze oosten’ van het land. Met humor, Achterhoekse nuchterheid, een beetje provocatie en vooral veel interactie! Het doel? Een ieder van onbewust-onbekwaam naar bewust-onbekwaam zien te krijgen. Gemeen hè?

Nieuwsgierig? thomas@deprestatiecoach.nl

Enkele reacties:

“Ik vond het, als niet tafeltennisster, een leuke en ontspannen avond. Vervolg zou leuk zijn, maar voor mij niet echt noodzakelijk”.

“Ik vond het zeer zinvol. Terug naar de basis: je hersenen die van grote invloed zijn op de prestatie die je levert. Een goede tip vond ik om je te concentreren op het moment in de spelsituatie. Dus niet bezig zijn met wat gebeurd is of wat je plan bent te doen. Met concentratie (waarvan een paar mooie voorbeelden in de presentatie) tijdens de wedstrijd heb ik over het algemeen geen probleem, maar wel met mijn gedachten/plannen om z.s.m. te scoren. Hopelijk helpt deze tip me om de rust te bewaren”.

“Zeer leerzaam. Met name voor mij het feit dat ik zo selectief kijk. De verwachting bepaald wat ik zie, een “open mind” houden was voor mij een eyeopener. Verder vond ik de woorden “overtuigingen trainen” inspirerend.”

“Was leuk, interessant. Ik had gehoopt dat ook meer de stappen naar bewust-bekwaam aan de orde zouden komen. Ja, interesse in vervolg. Volgende keer meer naar bewust bekwaam en meer praktijk gericht, o.a. hoe coach je iemand die niet lekker speelt, negatief achter tafel staat, moeilijk te coachen is e.d.”

“Van onbewust onbekwaam naar onbewust bekwaam, er is nog een lange weg te gaan. De toegevoegde waarde voor mij als tafeltennisser is gering, maar voor mij als mens denk ik veel groter. Ik zou dan ook wel een vervolg willen en dan gericht op bovenstaande weg.

“Ik vond het een erg goed initiatief om een avond over sportpsychologie te organiseren. Het was een boeiende presentatie over hoe het menselijk brein werkt en wat het effect hiervan is op sportprestaties. Het bewust onbekwaam worden is goed gelukt en het smaakt naar meer! Dus ja, ik zou het leuk vinden als er een vervolg kan komen op dit initiatief. Ik zou de sessie willen insteken vanuit verschillende stakeholders, bijvoorbeeld spelers, ouders, begeleiders, trainers. Welke mogelijkheden zijn er om spelers zich op het spel te laten focussen? Welke handvatten, tips en tricks zijn er?”

“Bijeenkomst was heel open en vrijblijvend. Thomas wist het verhaal op een leuke wijze te brengen.”

Maak dat jezelf maar wijs!

“The keys to life are running and reading. When you’re running, there’s a little person that talks to you and says, “Oh I’m tired. My lung’s about to pop. I’m so hurt. There’s no way I can possibly continue.” You want to quit. If you learn how to defeat that person when you’re running, you will know how to not quit when things get hard in your life.” – Will Smith

Het brein is het controlecentrum van ons lichaam. Het zorgt ervoor dat onze lichaamstemperatuur niet teveel stijgt of daalt, dat onze hartfrequentie binnen zijn grenzen blijft, dat de zuurgraad niet oploopt door een overschot aan lactaat in onze spieren en, niet onbelangrijk, dat we voorzien worden van voldoende zuurstof door onze ademhaling op gang te houden. De ironie wil dat wij – homo sapiens – het leuk vinden om dit controlecentrum af en toe flink uit te dagen. We proberen de hoogste en koudste bergtoppen te bereiken, we laten ons zonder zuurstoffles afzakken richting de bodem van de oceaan, we stappen in hypersonische vliegtuigen waarmee we een aantal keer sneller zijn dat het geluid en in diverse takken van sport stellen we onszelf op de proef door – fortius, altius, citius – de grenzen van het menselijk bewegingsapparaat op te zoeken.

Eén van dé manieren om jezelf uit te dagen is door een marathon te rennen. Des te dichter je bij de finish komt, des te zwaarder het wordt. Zoals Will Smith beschrijft, begint er na verloop van tijd een stemmetje te roepen: “Stoppen!! Waar ben je nu mee bezig! Hee hallo! Hoor je me wel? Ik wil dat je NU stopt!” Dit stemmetje is afkomstig van je brein. Dit stemmetje is als je moeder, die zegt dat je moet oppassen lang voordat je in de situatie komt dat je daadwerkelijk gevaar loopt. Er is nog nooit iemand van vermoeidheid dood neergevallen na het passeren van de eindstreep. Ja, je hoort weleens verhalen van mensen die komen te overlijden tijdens een sportevenement (i.e. sudden death). Echter vrijwel alle mensen, die gedurende hun sportbeoefening een plotse dood sterven, hebben een serieuze aandoening, meestal van het hart, dat de doodsoorzaak voldoende verklaartSterker nog: het is berekend dat een hardloper van middelbare leeftijd veel minder risico loopt op een plotselinge dood dan een autobestuurder van dezelfde leeftijd, die niet hardloopt.

Doordat het brein zo vurig zinspeelt op het beëindigen van je hardloopavontuur, is het bijzonder moeilijk om je grenzen te verleggen. Hiervoor heeft het brein zijn eigen munitie: gedachten en gevoelens. Wanneer het brein een seintje krijgt dat je een poging aan het ondernemen bent om je grenzen op te zoeken, wil het brein hier maar al te graag een stokje voor steken. Dat zorgt ervoor dat je na een meestal snelle start, een relatief langzaam middenstuk loopt, om vervolgens in het zicht van de finish nog even een eindsprintje in te zetten. En wat zijn we weer ‘moe’ als we over de eindstreep komen. Pffff!

Dit heeft alles met onze pacing strategie te maken. Uit analyses blijkt dat we meestal geneigd zijn om té snel te starten. Vervolgens gaan we een bepaald tempo lopen, waarmee wij het denken vol te kunnen houden tot de finish. Dit tempo ligt vaak iets onder ons kunnen, aangezien ons brein niet wil dat we er dood bij neervallen (laat staan dat het brein het toe staat dat onze kerntemperatuur stijgt of dat er teveel lactaat ophoopt in onze spieren) en derhalve anticipeert ons brein op uitputting. Dit beschermingsmechanisme zorgt er dus voor dat we stoppen met onze inspanning, vaak lang voordat we ook daadwerkelijk kritieke waardes bereiken.

Met deze kennis in mijn achterhoofd liep ik op 17 november jl. de marathon van Valencia. Na een tijd van 3.20 u gelopen te hebben in 2012 (Rotterdam), had ik nu mezelf ten doel gesteld om onder de drie uur te duiken. Om onder de drie uur te lopen, moet je een tempo lopen van 4 minuten en 15 seconden per kilometer. Heilig overtuigd van de impact van overtuigingen (diepgewortelde denkpatronen in ons brein) en self fulfilling prophecies ging ik voortvarend van start met mijn trainingen. Terwijl ik steeds langere duurlopen ging lopen, probeerde ik aan mijn snelheid te werken op de atletiekbaan middels intervaltrainingen. Dit ging goed, totdat ik een verrekking opliep in mijn kuit. Was het pech? Overbelasting? Niet goed naar mijn lichaam ‘geluisterd’? Ik kan hoogstens naar het antwoord gissen. Wat ik wel wist (en bevestigd werd door de fysio), was dat ik een aantal weken rustiger aan zou moeten gaan doen. Dat hielp en langzaam maar zeker sterkte mijn kuit weer aan. Daardoor lukte het me om mijn duurtrainingen verder uit te breiden, maar moest ik mijn (intensievere) intervaltrainingen laten ‘lopen’.

Door mijn kuitblessure begon ik me af te vragen of het (nog steeds) mogelijk zou zijn om onder de drie uur te finishen. Aangezien ik al een marathon had volbracht, besloot ik om het erop te gaan gokken (noem het een educated guess) en gewoon het 4.15 tempo te gaan lopen. In de snelheidsgrafiek hieronder kun je zien dat het me niet lukte om dit tempo vast te houden. Om even een beetje context te geven. De relatief langzame start is te verklaren door het grote aantal deelnemers, waardoor de eerste meters met ingehouden pas gelopen moesten worden. Toen het veld voldoende verspreid was, kon ik mijn tempo opvoeren en was ik in staat om 4.15 per kilometer te lopen. Totdat ik op na zo’n 12 km last kreeg van mijn lies. Na 15 km besloot ik om deze op te rekken, aangezien de pijn steeds erger werd en ik steeds verkrampter begon te lopen. Het oprekken hielp, maar wel tijdelijk. Om de paar kilometer moest ik weer even stoppen om mijn lies op te rekken (ook te zien in de grafiek).

Pacing Profile Valencia

Omdat ik wist dat het parcours zo rond de 30-35km vals plat omhoog zou lopen, om vervolgens na het 35 km punt weer vals plat naar beneden te lopen, had ik mezelf ten doel gesteld om het tempo – dat naar mijn idee na verloop van tijd zo’n beetje onmogelijk werd om vol te houden – in ieder geval tot het 35 km punt vol te houden. Dit lukte ten dele: tot 33 km zat ik nog op het schema om onder de drie uur te lopen! Maar tegelijkertijd wist ik dat het wel erg moeilijk zou worden om dit doel ook daadwerkelijk te bereiken en begon ik me steeds meer te beseffen dat ik moest proberen om ‘de tijdschade’ zo beperkt mogelijk te houden. Daar waar ik hoopte dat ik na 35km van een fictieve berg naar beneden zou mogen huppelen, bleek het laatste deel van de marathon vlakker te zijn dan het hoogtekaartje deed vermoeden. Nu kwam het aan op een gevecht tussen mij en mijn brein. Stoppen vs doorgaan! Ik gebruikte alles wat ik tot nu toe geleerd had in mijn nog prille carrière als sportpsycholoog: focus op je ademhaling, kies een doel en loop er naar toe, gebruik je tegenstanders om je daar aan op te trekken, laat je afleiden door het publiek, focus op je techniek, blijf in het hier & nu en laat alle gedachten en emoties achter je terwijl je er alles uitperst op weg naar de finish. Toen de finish in zicht kwam, hoefte ik geen rekening meer te houden met mijn pacing strategie. Nu kon ik alles eruit gooien en ‘dood’ neervallen na de finish lijn. Doordat ik verrast werd door een aantal bekenden vlak voor de finish en ik me lichaam draaide om naar te zwaaien, schoot er een scheut kramp door mijn lies. Gelukkig trok de kramp niet door en kon ik mijn weg vervolgen. Je ziet zowaar nog een klein piekje aan het einde van de grafiek: de eindspurt! En de tijd? Die stond stil op 3.07 uur.

Trots? “Nee.”

Blij met de uitvoering? “Ja, meer zat er op dit moment niet in. Daarnaast was ik deze keer veel beter in staat om het “stop”-stemmetje in mijn hoofd te temmen, dan een jaar geleden in Rotterdam. Een vriend van me vertelde me dat ik ‘maar’ een minuut of 9 ben verloren in het 2e deel ten opzichte van de eerste 21km.”

Dus? “De volgende keer onder de drie uur!”

Hoe? “Zorgen dat ik in het eerste deel (21km) sneller ben, zodat ik meer tijd kan verliezen in het tweede deel. Daarnaast proberen om minder tijd te verliezen in het tweede deel!”

Het belangrijkste: “Ik ben ervan overtuigd dat ik onder de drie uur kan lopen. Zonder die overtuiging had ik nu geen 3.07 gelopen en kan ik in de toekomst ook niet sneller dan dat.”

En de uitvoering? “Een relatief rustige start, een vlak middenstuk en dan zien we wel wat er nog in het vat zit, maar als het goed is niet al teveel meer. Al moet het er niet uitzien zoals de loopster in onderstaande video…”

PS: tel eens hoe vaak het woord ‘mentaal’ voorkomt in deze blogpost! Maar daar later meer over…

Over de auteur

Thomas Waanders (26) is bewegingswetenschapper, sportpsycholoog en oprichter van De Prestatiecoach. De Prestatiecoach biedt sporters, teams en coaches sportpsychologische begeleiding en training. De doelen die hij met zijn klanten nastreeft? Een gezondere levensstijl, het rennen van een marathon, leren omgaan met spanning voor een belangrijke presentatie of sportprestatie, beter communiceren met je (mede)spelers of het behalen van Olympisch Goud! Ook heeft Thomas een workshop ontwikkelt, waarin hij toelicht hoe optimale prestaties tot stand komen en waarom mindfulness hierbij een essentiële rol speelt. Nieuwsgierig? Neem eens een kijkje op www.deprestatiecoach.nl of stuur een mail naar thomas@deprestatiecoach.nl.

Referenties

Noakes, T.D. Sudden death and exercise. In: Encyclopedia of Sports Medicine and Science, T.D. Fahey (Editor). Internet Society for Sport Science: http://www.sportsci.org/encyc/suddendeath/suddendeath.html

Daarnaast kunt u meer informatie vinden op: http://www.sportsscientists.com/sports-science/fatiguecentral-governor/

The Talent Code

The Talent CodeWat hebben de tennisbanen van Spartak Tennis Club in Moskou, de voetbalvelden in São Paolo, een muziekstudio in Dallas, een school in San Jose, een baseballveld op Curaçao en een muziekacademie in New York met elkaar gemeen? Daniel Coyle noemt ze talent hotbeds: plekken op de wereld die ontzettend veel talent hebben geproduceerd én dat nog steeds doen. Denk aan Andruw Jones, Anna Kournikova, Marat Safin, Jessica Simpson, Beyoncé en Ronaldinho. Volgens deze schrijver wordt op deze plaatsen het mechanisme van myelinevorming, dat de basis vormt van het leerproces, optimaal benut. Dit mechanisme werkt als volgt: als je een bepaalde vaardigheid oefent, trigger je daarmee een specifiek neuronaal circuit. Vervolgens worden de neuronen in dit circuit voorzien van isolatiemateriaal – ook wel myeline genoemd – dat ervoor zorgt dat de geleiding van elektrische impulsen, die door deze neuronen verplaatst worden, vele malen sneller gaat. Daardoor kun je bijvoorbeeld signalen, afkomstig van de hersenen, sneller doorsturen naar je spieren. Deze spieren zorgen er uiteindelijk voor dat een voetballer of een violist zeer snelle en complexe bewegingen kan maken. Myeline zorgt er dus voor dat het neuronale circuit, dat verantwoordelijk is voor een specifieke vaardigheid, nog sneller en beter kan functioneren.

Skill is insulation that wraps neural circuits and grows according to certain signals

Om de myeline aanmaak optimaal te laten verlopen, moet er volgens Coyle aan deep practice gedaan worden. Deep practice betekent oefening mét toewijding (vergelijkbaar met het concept van deliberate practice van Ericsson). Dit proces van deep practice is onderhevig aan drie regels:

  1. Ten eerste dient een vaardigheid opgedeeld te worden in hapklare brokken (zogeheten chunks), zodat de neuronale circuits die verantwoordelijk zijn voor de uitvoering van deze chunks, optimaal getriggerd kunnen worden. “It feels like building a house. It feels like, this brick goes here, that one goes there, I connect them and get a foundation. Then I add the walls, connect those. Then the roof, then the paint. Then, hopefully, it all hangs together.
  2. Repetition. Ten tweede is herhaling ontzettend belangrijk. Denk hierbij aan het Braziliaanse futsal, waarbij de spelers in relatief korte tijd zeer veel balcontacten hebben. Hoe vaker het specifieke neuronale circuit getriggerd wordt, des te meer myeline er omheen gewikkeld wordt. Of zoals John Wooden – ESPN’s greatest coach of all time in any sport – zegt: “Repetition is the key to learning“.
  3. Learn to feel it. Als je een vaardigheid onder de knie wilt krijgen, dan 1) kies je een doel, 2) probeer je dat doel te bereiken, 3) evalueer je hoever je gekomen bent, 4) begin je weer bij stap 1. Het gaat hier om aandachtig te werk gaan, zorgvuldig bouwen, alert en gefocust zijn, fouten maken, opnieuw proberen én vermoeidheid raken: oftewel intensief te werk gaan. Woorden zoals ‘natuurlijk’, ‘moeiteloos’, ‘routinematig’ of ‘automatisch’ passen hier dus niet bij. “What you are really practicing is concentration

Vervolgens kan dit proces van deep practice versneld worden door het proces van ignition: een (vaak kortstondige) trigger waardoor je de passie en het geloof krijgt dat je iets wil én kan bereiken. Denk hierbij bijvoorbeeld aan het moment dat Roger Bannister de Engelse mijl in een tijd onder de vier minuten wist te lopen. Nadat hij ‘het onmogelijke’ had waargemaakt, volgden er al snel meer. Of de homeruns van Andruw Jones (Neerlands best betaalde sporter), die de jeugd op Curaçao wakker schudde en inspireerde om ook door te breken in de Major League.

Ten slotte kunnen de processen van deep practice en ignition bespoedigd worden door middel van master coaching:

  1. Knowledge. Deze coaches (of docenten, trainers, mentoren) hebben zeer veel taakspecifieke kennis waarmee ze zich onderscheiden van andere coaches en waarmee ze zeer creatief en effectief kunnen reageren op de ondernemingen van hun pupillen.
  2. Perceptiveness. Deze coaches zijn zeer perceptief, dat wil zeggen dat ze zeer goed in staat zijn om met hun zintuigen informatie op te vangen. “They are listening on many levels
  3. The GPS reflex. Deze coaches zijn zeer goed in staat om in korte zinnen, levendige en kwalitatief hoogwaardige feedback te geven. Net zoals jouw navigatiesysteem dat doet, wanneer je in de auto zit.

Samengevat ziet het proces van ‘optimaal leren’ volgens Daniel Coyle er als volgt uit:

The Talent Code

Graag een keer sparren over de manier waarop  je talent optimaal tot wasdom kan laten komen? Neem dan contact op!

Daniel Coyle (2009). The talent code. New York (NY): Bantam Dell Publishing Group.

“Boula” over optimaal presteren

Ik speel mijn beste wedstrijden als ik alleen maar denk aan de bal en het veld.

Mijn favoriete tijdschrift lag afgelopen week weer op de mat! Helden! Met deze keer een interessant interview met topverdediger Khalid Boulahrouz. Uiteraard wordt er in het interview ingegaan op zijn recente breuk met de inmiddels nieuwe liefde van Rafael van der Vaart, maar ook op zijn visie met betrekking tot optimale prestaties.

“Ik ben iemand die zijn hoofd leeg moet hebben om optimaal te presteren. Ik denk dat dit voor de meeste voetballers geldt. Wij doen altijd een beetje stoer, dat we mentaal zo sterk zijn, dat niets ons kan raken, omdat we aan niemand onze zwakke plekken willen tonen. Want dat maakt je kwetsbaar. Denken we. Maar ik hoor van veel jongens, en anders merk ik het aan ze, dat ze gewoon niets aan hun kop moeten hebben om onder de grote druk waaronder we toch allemaal staan, te presteren.”

Khalid Boularouz

Met een ‘leeg hoofd’ presteren is niet alleen belangrijk voor voetballers, maar voor alle sporters! Niet nadenken is alleen makkelijker gezegd, dan gedaan. Probeer bijvoorbeeld maar eens 10 seconden niet na te denken! Daarom leert een sportpsycholoog je te focussen op je taak (voetballen) en je niet bezig te houden met afleidende zaken (zoals de scheidsrechter, het publiek of de gedachte: “als ik deze erin schiet, worden we kampioen!”)

“… als ik voetbal, moet ik in een zone zitten. Ik speel mijn beste wedstrijden als ik alleen maar denk aan de bal en het veld. Na afloop weet ik dan niet eens hoe het stadion eruit zag of de gezichten van mijn tegenstanders. Ik weet dan ook niets meer van wat mensen langs de kant geschreeuwd hebben. Laat staan wat ze aten. Dat gevoel had ik op eindtoernooien. Dan was ik op mijn best.”

Wil jij ook leren hoe je je kan focussen op je taak? Neem dan contact op met Thomas Waanders.

Focussen à la Cancellara

Afgelopen weekend stond in het teken van de Ronde van Vlaanderen. Op zaterdag was ik zelf actief op het 135km lange parcours vol uitdagende beklimmingen en uitgerekte kasseienstroken. Op zondag was ik aandachtig kijker van de profwedstrijd, waarin de hoofdrol was weggelegd voor de Zwitser Fabian Cancellera. Met groot machtsvertoon reed hij op de Paterberg weg bij één van dé favorieten voor de eindzege, Peter Sagan. Wilfried de Jong wist het zeer treffend te verwoorden: Het deed denken aan een zinsbegoocheling als je op een treinstation in een stilstaande coupé zit en naast je een trein vertrekt. Even denk je: rijden wij? Maar al snel besef je, nee, wij staan stil, de andere trein rijdt.” Die andere trein was Fabian Cancellara. Om vervolgens met 50 kilometer per uur naar de finish te fietsen. Ongekend.

Ronde van Vlaanderen

Het gevoel van de vertrekkende trein komt me bekend voor. Hoewel het mij gelukt was om een dag eerder een flink aantal mensen op de beklimmingen achter mij te laten, werd ik ook een aantal keren à la Cancellara voorbij gestreefd. Gelukkig wist ik me op die momenten te realiseren dat het geen enkel nut heeft om me te focussen op de prestaties van anderen. “Blijf je focussen op je taak, blijf [op je pedalen] trappen!” zei ik dan tegen mezelf.

Ik vermoed dat Cancellara dit credo (focus op zaken waar je controle over hebt) een dag ook later heeft gebruikt toen hij met een lekke band langs de kant van de weg stond. Wilfried de Jong: “Hij stond doodkalm aan de kant van de weg, alsof hij een brief wilde posten en nog even nadacht in welke gleuf de enveloppe moest. Terwijl een mecanicien het achterwiel plaatste, nam Cancellara een slok uit zijn bidon. Hij toonde eigenlijk daar al de sterkste te zijn.” Cancellara wist vermoedelijk dat het geen enkel nut had om zich bezig te houden met de vervanging van zijn wiel. Een mecanicien is immers prima in staat om snel een wiel te vervangen en heeft daar de hulp van Cancellara niet bij nodig. Dan kun je maar beter je tijd nuttig gebruiken, zal hij ongetwijfeld gedacht hebben! “Ik steek mooi mijn tijd en energie in zaken waar ik wel controle over heb, in dit geval een lekker slokje water.” Een dergelijke gedachte geeft natuurlijk een gevoel van rust. Van hieruit wist hij weer op de fiets te stappen en aan te sluiten in het peloton. De afloop is bekend.

Bij mij liep het ook goed af. Ik wist me te herfocussen door de eerder genoemde zelfspraak (“Blijf je focussen op je taak, blijf [op je pedalen] trappen!”) en daarnaast viel het me op dat mijn concentratiestijl (intern-smal) goed van pas komt als ik het zwaar begin te krijgen. Dan beginnen mijn benen namelijk pijn te doen en word ik kortademig. Doordat ik hier op ga letten, verlaten de afleidende gedachten (“pff weer zo’n Cancellara die me voorbij streeft”) mijn hoofd. Ideaal dus om geconcentreerd te raken en afzien is dan opeens niet zo moeilijk meer!

De belangrijkste les die uit bovenstaande getrokken kan worden is dat het belangrijk is om je energie te steken in zaken waar je controle over hebt. Hoe gaat jou dit af? Hieronder staat een overzicht van zaken waar je wél en waar je minder controle over hebt. Succes!

Waar heb je invloed op?

 

Nieuwe workshop! “De Piramide van Succes”

De Piramide van Succes

De Prestatiecoach is er ook voor de jongste jeugd. Voor deze doelgroep is recent een geheel nieuwe interactieve reeks aan workshops ontwikkeld. Onder de noemer “De Piramide van Succes” worden kinderen in de leeftijd van 10-15 jaar op een speelse manier bekend gemaakt met de factoren die de basis vormen van succes. Tijdens elke bijeenkomst zal ingezoomd worden op één van de onderwerpen en zal uitleg gegeven worden over een mentale trainingsmethode.

Nieuwsgierig naar de mogelijkheden? Neem dan snel contact op!

The Agassi Open

Zelden heb ik met zoveel verbazing de biografie van een bekende ex-topsporter gelezen. Vanaf jongs af aan werd de kleine Andre door zijn vader “gedrilled”, om diens grote wens in vervulling te laten gaan: ’s werelds beste tennisser opleiden. Als sportpsycholoog laat je sporters met motivatieproblemen vaak even terugdenken aan de tijd waarop ze net begonnen met hun sport. Terug naar de tijd waarin ze hun ‘beginnersgeest’ nog hadden. Frivool, spontaan, geen verwachtingen en puur voor de lol. Als ik dit met Agassi had gedaan was hij vroeg of laat waarschijnlijk tot de conclusie gekomen dat hij maar beter kon stoppen met tennis, van beginnersgeest was immers nooit sprake geweest. Andre haatte tennis. 2500 ballen per dag sloeg hij – zijn vaders wil was wet – op de tennisbaan achter het ouderlijk huis in Las Vegas. Van een onbezorgde of normale jeugd valt dan ook niet spreken.

Ik heb zelf bijna dertig jaar nodig gehad om het te begrijpen, om mijn eigen psyche te doorgronden.

Gedurende zijn carrière leerde Agassi zichzelf steeds beter kennen. Alles wat hij ooit had gedaan was tennissen, zonder dat hij er veel – zo niet enig – plezier aan beleefd had. “Maar als tennis het leven is, dan is dat wat ná tennis komt de onbekende leegte. Ik ril bij die gedachte.” Hij kon niet mét, maar ook niet zonder tennis. Uiteindelijk heeft de excentrieke tennisser het nodige overgehouden aan zijn tennisleven: de liefde van zijn leven (Steffi Graff), een liefdadigheidsfonds en een eigen school. Maar of dit opweegt tegen zijn vreselijke jeugdherinneringen blijft de vraag…

Naast dit opmerkelijke verhaal zijn er drie sportpsychologische-getinte quotes die mijn aandacht trokken:

’s Middags douche ik altijd langer – tweeëntwintig minuten ongeveer – en niet om wakker of schoon te worden. De middagdouche is om mezelf aan te moedigen, mezelf te coachen. (…) Dan zeg ik dingen tegen mezelf, rare dingen, steeds weer, tot ik ze geloof. (…) In mijn tenniscarrière heb ik 869 wedstrijden gewonnen – ik sta vijfde op de ranglijst aller tijden – en veel van die wedstrijden heb ik gewonnen tijdens die middagdouche.

1) Zelfspraak

Tegen jezelf praten helpt, zowel voor (“Hier heb ik zo hard voor getraind. Nu zal ik het laten zien!” ) als tijdens (“Focus je op de bal, focus, focus!”) de wedstrijd. Het kan je helpen om je zelfvertrouwen een boost te geven, maar ook om je te concentreren. Wees positief en vooral ook aardig voor jezelf!

Zenuwen zijn iets grappigs. Op bepaalde dagen heb je er zoveel last van dat je steeds op een holletje naar het toilet moet. Op andere dagen word je er wellustig van. Maar op weer andere dagen lach je er om en krijg je daardoor juist heel veel zin in de strijd. Proberen uit te vinden welke soort zenuwen je parten spelen, is het eerste wat je moet doen als je naar het stadion rijdt. Uitzoeken welke soort zenuwen opspelen, uitzoeken wat ze zeggen over de toestand van je lichaam en geest, is de eerste stap om ze vóór jou te laten werken.

2) Omgaan met spanning

Het is erg belangrijk om voor jezelf na te gaan welk spanningsniveau voor jou optimaal is. Heb je heel weinig spanning nodig om goed te presteren? Of juist heel veel? Er zijn technieken om je spanningsniveau te verlagen (bijv. relaxatie oefeningen) en te verhogen (bijv. peptalks). Zo kun je je eigen spanningsniveau ‘managen’. Maar net zoals je je techniek met heel veel oefening kan verbeteren, geldt hier hetzelfde voor: oefenen, oefenen, oefenen dus!

Wanneer ik een racket uit mijn tas haal en daarmee ga serveren om een match te bepalen, kan de spanning van de snaren van dat racket honderdduizenden dollars waard zijn. Omdat ik voor mijn gezin, voor mijn liefdadigheidsfonds en voor mijn school speel, is elke snaar even belangrijk. Als je nagaat wat ik allemaal niet onder controle heb, ben ik obsessief over de paar dingen die ik wel onder controle heb. De spanning van mijn rackets is daar een voorbeeld van.

3) Omgaan met verwachtingen

Zorg dat je je energie steekt in zaken waar je controle over hebt en dat je géén energie steekt in zaken waar je géén controle over hebt. Moet je je druk maken om je fans die verwachten dat je ‘wel even wint’? Of je ouders die ‘speciaal voor jou komen’? Of die sponsor die ‘al zoveel in je geïnvesteerd heeft’? Nee, nee én nee! Het enige dat je kunt doen is keihard werken, je uiterste best doen. En dat is de enige verwachting die een ieder reëel gezien van je mag hebben. Immers, meer dan je best kan je niet doen!

Oog in oog met The Special One

Tijd: 23.04 uur. Plaats: Amsterdam Arena perszaal. Ajax heeft met 4-1 verloren van Real Madrid. Luca Modric heeft niet gespeeld. Een Spaanse journalist vraagt om de reden. The Special One geeft antwoord. Het cliché-antwoord had hij in het vliegtuig op weg naar Amsterdam volgens mij al bedacht. Als Mourinho coach was geweest van een futsalteam, dan had hij 6 spelers op mogen stellen. Als coach van dit team, mag hij 11 spelers opstellen. Elke wedstrijd weer stelt hij de 11 voetballers op die in zijn ogen het beste team vormen. Logica van de bovenste plank. De journalist moet het met dit antwoord doen. Weer een pagina vol in La Marca.

Al leunend om een statafel en onder het genot van een stukje kaas luister ik naar de manier waarop Mourinho de vragen ‘afhandeld’. Dan is de persconferentie afgelopen. Mourinho staat op en komt op me afgelopen. Hij stopt vlak voor me. Snel bekijkt hij de lekkernijen die voor mijn neus staan. Stukje kaas, salami of gezouten nootjes? Mijn fight-or-flight alarm slaat onmiddelijk aan. Wat nu!? Ik zoek snel naar een geschikte houding. Mourinho neemt snel een besluit. Als een dief in de nacht grijpt hij een handvol gezouten nootjes. Vervolgens kijkt hij mij recht in mijn ogen aan en geeft me een knipoog. Ik voel zijn aan arrogantie grenzende zelfverzekerdheid. Alsof hij recht door me heen kan kijken. Ongemakkelijk glimlach ik terug.