The Agassi Open

Zelden heb ik met zoveel verbazing de biografie van een bekende ex-topsporter gelezen. Vanaf jongs af aan werd de kleine Andre door zijn vader “gedrilled”, om diens grote wens in vervulling te laten gaan: ’s werelds beste tennisser opleiden. Als sportpsycholoog laat je sporters met motivatieproblemen vaak even terugdenken aan de tijd waarop ze net begonnen met hun sport. Terug naar de tijd waarin ze hun ‘beginnersgeest’ nog hadden. Frivool, spontaan, geen verwachtingen en puur voor de lol. Als ik dit met Agassi had gedaan was hij vroeg of laat waarschijnlijk tot de conclusie gekomen dat hij maar beter kon stoppen met tennis, van beginnersgeest was immers nooit sprake geweest. Andre haatte tennis. 2500 ballen per dag sloeg hij – zijn vaders wil was wet – op de tennisbaan achter het ouderlijk huis in Las Vegas. Van een onbezorgde of normale jeugd valt dan ook niet spreken.

Ik heb zelf bijna dertig jaar nodig gehad om het te begrijpen, om mijn eigen psyche te doorgronden.

Gedurende zijn carrière leerde Agassi zichzelf steeds beter kennen. Alles wat hij ooit had gedaan was tennissen, zonder dat hij er veel – zo niet enig – plezier aan beleefd had. “Maar als tennis het leven is, dan is dat wat ná tennis komt de onbekende leegte. Ik ril bij die gedachte.” Hij kon niet mét, maar ook niet zonder tennis. Uiteindelijk heeft de excentrieke tennisser het nodige overgehouden aan zijn tennisleven: de liefde van zijn leven (Steffi Graff), een liefdadigheidsfonds en een eigen school. Maar of dit opweegt tegen zijn vreselijke jeugdherinneringen blijft de vraag…

Naast dit opmerkelijke verhaal zijn er drie sportpsychologische-getinte quotes die mijn aandacht trokken:

’s Middags douche ik altijd langer – tweeëntwintig minuten ongeveer – en niet om wakker of schoon te worden. De middagdouche is om mezelf aan te moedigen, mezelf te coachen. (…) Dan zeg ik dingen tegen mezelf, rare dingen, steeds weer, tot ik ze geloof. (…) In mijn tenniscarrière heb ik 869 wedstrijden gewonnen – ik sta vijfde op de ranglijst aller tijden – en veel van die wedstrijden heb ik gewonnen tijdens die middagdouche.

1) Zelfspraak

Tegen jezelf praten helpt, zowel voor (“Hier heb ik zo hard voor getraind. Nu zal ik het laten zien!” ) als tijdens (“Focus je op de bal, focus, focus!”) de wedstrijd. Het kan je helpen om je zelfvertrouwen een boost te geven, maar ook om je te concentreren. Wees positief en vooral ook aardig voor jezelf!

Zenuwen zijn iets grappigs. Op bepaalde dagen heb je er zoveel last van dat je steeds op een holletje naar het toilet moet. Op andere dagen word je er wellustig van. Maar op weer andere dagen lach je er om en krijg je daardoor juist heel veel zin in de strijd. Proberen uit te vinden welke soort zenuwen je parten spelen, is het eerste wat je moet doen als je naar het stadion rijdt. Uitzoeken welke soort zenuwen opspelen, uitzoeken wat ze zeggen over de toestand van je lichaam en geest, is de eerste stap om ze vóór jou te laten werken.

2) Omgaan met spanning

Het is erg belangrijk om voor jezelf na te gaan welk spanningsniveau voor jou optimaal is. Heb je heel weinig spanning nodig om goed te presteren? Of juist heel veel? Er zijn technieken om je spanningsniveau te verlagen (bijv. relaxatie oefeningen) en te verhogen (bijv. peptalks). Zo kun je je eigen spanningsniveau ‘managen’. Maar net zoals je je techniek met heel veel oefening kan verbeteren, geldt hier hetzelfde voor: oefenen, oefenen, oefenen dus!

Wanneer ik een racket uit mijn tas haal en daarmee ga serveren om een match te bepalen, kan de spanning van de snaren van dat racket honderdduizenden dollars waard zijn. Omdat ik voor mijn gezin, voor mijn liefdadigheidsfonds en voor mijn school speel, is elke snaar even belangrijk. Als je nagaat wat ik allemaal niet onder controle heb, ben ik obsessief over de paar dingen die ik wel onder controle heb. De spanning van mijn rackets is daar een voorbeeld van.

3) Omgaan met verwachtingen

Zorg dat je je energie steekt in zaken waar je controle over hebt en dat je géén energie steekt in zaken waar je géén controle over hebt. Moet je je druk maken om je fans die verwachten dat je ‘wel even wint’? Of je ouders die ‘speciaal voor jou komen’? Of die sponsor die ‘al zoveel in je geïnvesteerd heeft’? Nee, nee én nee! Het enige dat je kunt doen is keihard werken, je uiterste best doen. En dat is de enige verwachting die een ieder reëel gezien van je mag hebben. Immers, meer dan je best kan je niet doen!

Oog in oog met The Special One

Tijd: 23.04 uur. Plaats: Amsterdam Arena perszaal. Ajax heeft met 4-1 verloren van Real Madrid. Luca Modric heeft niet gespeeld. Een Spaanse journalist vraagt om de reden. The Special One geeft antwoord. Het cliché-antwoord had hij in het vliegtuig op weg naar Amsterdam volgens mij al bedacht. Als Mourinho coach was geweest van een futsalteam, dan had hij 6 spelers op mogen stellen. Als coach van dit team, mag hij 11 spelers opstellen. Elke wedstrijd weer stelt hij de 11 voetballers op die in zijn ogen het beste team vormen. Logica van de bovenste plank. De journalist moet het met dit antwoord doen. Weer een pagina vol in La Marca.

Al leunend om een statafel en onder het genot van een stukje kaas luister ik naar de manier waarop Mourinho de vragen ‘afhandeld’. Dan is de persconferentie afgelopen. Mourinho staat op en komt op me afgelopen. Hij stopt vlak voor me. Snel bekijkt hij de lekkernijen die voor mijn neus staan. Stukje kaas, salami of gezouten nootjes? Mijn fight-or-flight alarm slaat onmiddelijk aan. Wat nu!? Ik zoek snel naar een geschikte houding. Mourinho neemt snel een besluit. Als een dief in de nacht grijpt hij een handvol gezouten nootjes. Vervolgens kijkt hij mij recht in mijn ogen aan en geeft me een knipoog. Ik voel zijn aan arrogantie grenzende zelfverzekerdheid. Alsof hij recht door me heen kan kijken. Ongemakkelijk glimlach ik terug.

Shackleton’s Way

Some people say it is wrong to regard life as a game; I don’t think so. Life to me means the greatest of all games. The danger lies in treating it as a trivial game, a game to be taken lightly, and a game in which the rules don’t matter much. The rules matter a great deal. The game has to be played fairly, or it is no game at all. And even to win the game is not the chief end. The chief end is to win it honorably and splendidly. To this chief end several things are necessary. Loyalty is one. Discipline is another. Unselfishness is another. Courage is another. Optimism is another. And Chivalry is another. – Sir Ernest H. Shackleton.

Als ik een boek lees in minder dan 2 weken, dan is dat over het algemeen een zeer goed boek. Dat gold ook voor het boek “Shackleton’s Way – Leadership Lessons From The Great Antarctic Explorer” van Margot Morrell en Stephanie Capparell. Deze auteurs beschrijven het bijzondere verhaal van de wereldberoemde Britse ontdekkingsreiziger Ernest Shackleton (1874-1922). Zijn grootste obsessie? Antarctica. Wereldberoemd? Ja, maar niet omdat hij de eerste persoon was die de Zuidpool bereikte (hij moest in 1909 op 156 km van zijn doel terugkeren om in leven te blijven). Roald Amundsen werd de eerste persoon op de Zuidpool, in 1912. Ook niet omdat het hem lukte om als eerste persoon Antarctica dwars over te steken.

Desondanks is Shackleton tot op heden een bron van inspiratie voor velen. Waarom? Door zijn unieke leiderschapskwaliteiten wist hij na een erbarmelijke tocht naar Antarctica van 2 jaar zijn manschappen weer veilig thuis te brengen. Doordat zijn schip ‘The Endurance‘ vast kwam te zitten in het ijs en 10 maanden later door het bewegende pakijs doormidden brak, moesten Shackleton en zijn manschappen 7 maanden doorbrengen op het ijs van de Zuidpool. Toen in april 1916 hun ijsschots doormidden brak, besloot Shackleton om met drie reddingssloepen het dichtstbijzijnde eiland te bereiken. 5 dagen later kwamen ze aan op het onbewoonde ‘Elephant Island’. Vervolgens ging Shackleton met 5 metgezellen op zoek naar een station van Noorse walvisvaarders. Na twee weken varen kwamen ze op de zuidkust van het eiland aan. Rond het eiland varen om de haven aan de noordkant te bereiken was onmogelijk. Daarop besloot Shackleton om zonder enig aangepaste klimuitrusting de klim over de rotskust en het gebergte te wagen. 36 uur later bereikten Shackleton, Crean en Worsley de haven. Onmiddellijk plande Shackleton een reddingsoperatie om niet veel later al zijn manschappen gezond en wel op te pikken en weer veilig naar huis te brengen.

Het meest bijzondere aan dit verhaal vind ik de manier waarop Shackleton gebruik wist te maken van zijn unieke leiderschapskwaliteiten. Hij was geweldig goed in staat om zijn manschappen twee jaar lang te ondersteunen en te inspireren in het gruwel klimaat van Antarctica. Leiderschapslessen waar coaches in de sport naar mijn mening veel van kunnen leren.

Hier is mijn top 10:

  1. Doe je best om een inspirerende (top)sportomgeving te creëren. Een positieve, vrolijke en opgewekte omgeving is belangrijk voor de productiviteit van je spelers.
  2. Wees bereidt om, in een snel veranderende wereld, naar nieuwe wegen te zoeken, nieuwe kansen aan te grijpen en nieuwe vaardigheden te leren.
  3. Verbreed je horizon. Door te leren om situaties vanuit verschillende perspectieven te bekijken, ben je in staat om flexibeler te zijn wanneer er problemen opgelost dienen te worden.
  4. Zorg ervoor dat iedereen duidelijk hun rol en taken kent. Weten waar ze staan en wat er van ze verwacht wordt, zorgt ervoor dat je spelers het gevoel hebben dat ze in goede handen zijn. Zorg er tevens voor dat iedereen uitdagende en belangrijke taken heeft. Op die manier geef je ook de wisselspelers het gevoel dat ze een belangrijke en gewaardeerde bijdrage leveren aan het team.
  5. Wees redelijk en onpartijdig in het belonen en straffen van je spelers. Onevenwichtigheden zorgen ervoor dat niemand zich comfortabel voelt, ook de begunstigden niet.
  6. Organiseer regelmatig bijeenkomsten om de teamgeest te verbeteren. Bijvoorbeeld door samen Sinterklaas te vieren, een informeel etentje te organiseren en aandacht te schenken aan spelers die jarig zijn. De spelers krijgen dan de mogelijkheid om zich niet alleen als sporter, maar ook als mens te profileren.
  7. Doorbreek traditionele hiërarchieën en kliekjes door je spelers te mengen bij het uitvoeren van zowel simpele (bijv. water dragen) als uitdagende (bijv. nieuwe tactiek verzinnen) taken.
  8. Streef naar coach-sporter-relaties die zowel een persoonlijk als een professioneel element bevatten. Leer ongeacht de grootte van het team, al je spelers kennen. Onthoud hun interesses, zodat je het ook met hen over zaken buiten de sport kan praten.
  9. Laat het verleden los. Verspil geen tijd en energie aan het balen van gemiste kansen of aan zaken waar je geen controle over hebt.
  10. Bedenk mogelijke wedstrijdscenario’s en plan hoe je deze aan wilt pakken. Bedenk wat de mogelijke gevolgen zijn van deze plannen van aanpak. Wees niet bang om van gedachten te veranderen wanneer je plan niet blijkt te werken. Je zult niet als besluiteloos worden ervaren als je goed uitlegt waarom je een andere koers wilt varen.